ECLI:NL:OGHACMB:2021:40
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- M.W. Scholte
- E.M. van der Bunt
- F.W.J. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing loonvordering inwonende dienstbode ondanks affectieve relatie
De zaak betreft een hoger beroep van een inwonende dienstbode die van 2013 tot 2018 tegen een maandloon van Afl. 800,= werkte voor haar werkgever met wie zij tevens een affectieve relatie had. Na haar vertrek in december 2018 en een overeenkomst waarbij zij Afl. 15.000,= ontving voor vertrek naar Uruguay, vorderde zij achterstallig loon over de periode juli 2014 tot december 2018.
Het Gerecht in eerste aanleg wees haar vordering af en veroordeelde haar in de proceskosten. In hoger beroep werd dit vonnis bevestigd. Het hof oordeelde dat de loonvordering onvoldoende was onderbouwd, mede omdat de betwiste stelling dat het loon moest worden besteed aan boodschappen niet werd bewezen. De door de werkgever overgelegde bankafschriften en bonnen toonden aan dat hij zelf de inkopen deed.
Verder werd het bewijsaanbod van de dienstbode afgewezen en vond het hof dat de affectieve relatie onvoldoende reden gaf voor kostencompensatie. De vordering tot betaling van achterstallig loon werd afgewezen en de proceskosten werden aan haar opgelegd. De verzoeken om gratis admissie werden wel toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de beschikking van het Gerecht bevestigd met veroordeling van appellante in de proceskosten.