ECLI:NL:OGHACMB:2021:36

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 januari 2021
Publicatiedatum
27 januari 2021
Zaaknummer
AUA2020H00121
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 LtuArt. 2, tweede lid, onderdeel c LarArt. 37, vijfde lid LarArt. 53a LarArt. 53c, eerste lid Lar
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdheid Hof in hoger beroep tegen inbewaringstelling rechter-commissaris

Appellant heeft bij de rechter-commissaris van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba verzocht om opheffing van het bevel tot inbewaringstelling. Dit verzoek werd op 19 augustus 2020 afgewezen. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Het Hof heeft onderzocht of het bevoegd is om van dit hoger beroep kennis te nemen. Op grond van artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (Ltu) toetst de rechter-commissaris binnen 72 uur de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming en kan hij het bevel te allen tijde op verzoek van de betrokkene opheffen. Het Hof heeft geoordeeld dat deze procedure niet valt onder de bepalingen van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) die hoger beroep bij het Hof mogelijk maken.

Het Hof verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat de rechtsgang bij de rechter-commissaris gelijkgesteld moet worden met een procedure bij een onafhankelijke rechter, waardoor het hoger beroep bij het Hof uitgesloten is. Appellant heeft geen gronden aangevoerd die een doorbreking van dit appèlverbod rechtvaardigen. Daarom verklaart het Hof zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep. Tevens is geen grond voor schadevergoeding of proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het Hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de inbewaringstelling.

Uitspraak

AUA2020H00121
Datum uitspraak: 27 januari 2021
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], appellant,
tegen de uitspraak van de rechter-commissaris van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, van 19 augustus 2020, zaaknummer AUA202001732.

Procesverloop

Op 21 juli 2020 heeft appellant een verzoek ingediend tot opheffing van het bevel tot inbewaringstelling als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Landsverordening toelating en uitzetting (hierna: de Ltu).
Bij uitspraak van 19 augustus 2020 heeft de rechter-commissaris het verzoek afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld.
Geen van de partijen heeft desgevraagd binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna het Hof het onderzoek met toepassing van artikel 37, vijfde lid, in verbinding gelezen met artikel 53c, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar), heeft gesloten.

Overwegingen

De wetsartikelen die in deze zaak van belang zijn, zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.
Het hoger beroep van appellant is gericht tegen een uitspraak van de rechter-commissaris op het verzoek van appellant om het bevel tot inbewaringstelling op te heffen. Op grond van artikel 16, derde lid, van de Ltu wordt de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming binnen 72 uur door de rechter-commissaris getoetst en kan het bevel vervolgens te allen tijde op verzoek van de betrokkene door de rechter-commissaris worden opgeheven. Zoals het Hof eerder heeft geoordeeld (in de uitspraak van 12 oktober 2020, ECLI:NL:OGHACMB:2020:233), dient deze in de Ltu voorziene rechtsgang bij de rechter-commissaris, waarbij deze als onafhankelijke rechter de inbewaringstelling, onderscheidenlijk het voortduren daarvan, op rechtmatigheid toetst, voor de toepassing van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Lar te worden aangemerkt als, onderscheidenlijk op één lijn te worden gesteld met, het geval waarin tegen een besluit beroep is opengesteld op een (andere) onafhankelijke rechter. Dit betekent dat de in de Lar voorziene rechtsgang hier niet van toepassing is. Een uitspraak van de rechter-commissaris op grond van artikel 16, derde lid, van de Ltu is daarmee geen uitspraak als bedoeld in artikel 53a van de Lar, zodat daartegen geen hoger beroep bij het Hof openstaat.
Voor doorbreking van een appèlverbod kan grond bestaan, als sprake is van ernstige schending van de eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen, zodanig dat van een eerlijk proces geen sprake is. Wat appellant daarover heeft aangevoerd, biedt geen grond voor het oordeel dat deze situatie zich in dit geval niet voordoet.
Het Hof is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Reeds om die reden bestaat voor de toekenning van schadevergoeding geen wettelijke grondslag.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Saleh, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Meyer-de Beer, griffier.
w.g. voorzitter
w.g. griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2021
BIJLAGE Wettelijk kader
Landsverordening toelating en uitzetting
Artikel 16
1. In geval van uitzetting kan ter verzekering van het vertrek door de minister, belast met justitiële aangelegenheden, de inbewaringstelling van de betrokkene worden bevolen, indien deze gevaar oplevert voor de openbare orde, de publieke rust of veiligheid of de goede zeden, dan wel indien gegronde vrees bestaat, dat de betrokkene zal trachten zich aan zijn vertrek te onttrekken.
2. In afwijking van het eerste lid kan de betrokkene, overeenkomstig bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, te stellen voorschriften de verplichting worden opgelegd om zich periodiek op een door de minister, belast met justitiële aangelegenheden, aangewezen plaats aan te melden dan wel onder elektronisch toezicht worden gesteld. Onder elektronisch toezicht wordt voor de toepassing van dit lid verstaan een technische voorziening, die gebruik maakt van signalen, waarmee de verblijfplaats van een bepaalde persoon kan worden gecontroleerd.
3. Binnen 72 uur wordt de betrokkene voor een rechter-commissaris geleid, die de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming toetst. Een bevel tot inbewaringstelling kan door de rechter-commissaris te allen tijde op verzoek van de betrokkene worden opgeheven.
4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, worden nadere regels gesteld omtrent de toepassing van het eerste en het tweede lid.
Landsverordening administratieve rechtspraak
Artikel 2
1. In deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder beschikking: een op enig rechtsgevolg gericht schriftelijk besluit van een bestuursorgaan.
2. Van het begrip beschikking zijn uitgezonderd:
a. rechtshandelingen naar burgerlijk recht;
b. besluiten van algemene strekking;
c. besluiten waartegen beroep op de onafhankelijke rechter is opengesteld krachtens een andere landsverordening dan de onderhavige;
d. besluiten waarover krachtens wettelijk voorschrift de rechterlijke macht is gehoord;
e. besluiten, genomen op grond van een bepaling van strafrechtelijke aard, voor zover betrekking hebbend op een verdachte of een gevonnist persoon;
f. besluiten, houdende een beoordeling van het kennen of kunnen van iemand die te dier zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is getoetst.
Artikel 53a
Tegen een uitspraak van het Gerecht inzake beroep tegen een bezwaarschrift staat hoger beroep open bij het Hof.