Uitspraak
1.Appellant] h.o.d.n. DÉJÀ VU,
DÉJÀ VU N.V.,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of een contract was gesloten namens een op te richten rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2:6 BW Pro, en of contractsoverneming op grond van artikel 6:159 BW Pro van toepassing was.
Het hof oordeelde dat het contract op naam stond van de eenmanszaak van appellant en dat onvoldoende bewijs bestond dat de wederpartij akkoord was gegaan met het sluiten van de overeenkomst namens een op te richten rechtspersoon. Mondelinge mededelingen van getuigen over de overgang naar een naamloze vennootschap werden onvoldoende geacht om dit te bewijzen.
De technische medewerker van de wederpartij was niet betrokken bij de contractering, waardoor zijn verklaringen niet doorslaggevend waren. Het hof concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde het bestreden vonnis.
De appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, waaronder een gemachtigdensalaris van NAf 36.000,- en verschotten van NAf 381,23. Het vonnis werd uitgesproken door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie op 27 juli 2021.
Uitkomst: Het hof bevestigt het bestreden vonnis en wijst het hoger beroep af.