ECLI:NL:OGHACMB:2021:307
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot levering van verkocht perceel na nalatenschap en toewijzing erfgenamen
In deze civiele zaak vordert appellant levering van een perceel grond dat zijn moeder in 1991 van de vennootschap De Kleundert N.V. heeft gekocht. De koopovereenkomst was destijds niet nagekomen. Na het overlijden van zijn moeder in 2011 is het recht op levering toebedeeld aan appellant als erfgenaam.
Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering af omdat deze niet was ingesteld ten behoeve van de gemeenschap van erfgenamen. Appellant kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat hij de vordering voor zichzelf had ingesteld, wat niet werd betwist door De Kleundert, die niet is verschenen.
Het Hof oordeelt dat appellant recht heeft op levering van het perceel en veroordeelt De Kleundert mee te werken aan de levering conform de koopovereenkomst van 31 juli 1991. Tevens wordt een dwangsom opgelegd voor het geval De Kleundert niet binnen een maand aan de medewerking begint. De kosten van levering zijn voor appellant. De kosten van de procedure worden aan De Kleundert opgelegd.
Uitkomst: Het Hof wijst de vordering tot levering van het perceel toe en legt een dwangsom op bij niet-medewerking door De Kleundert.