Uitspraak
Procesverloop
Overwegingen
Op grond van artikel 5.48, eerste lid, van het Btu BES dient de vreemdeling die hangende de besluitvorming op een eerdere aanvraag wijziging van het gevraagde verblijfsdoel wenst, een nieuwe aanvraag in.
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De appellant heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aangevraagd met als doel arbeid in loondienst op Bonaire. Deze aanvraag is afgewezen omdat de bijbehorende aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning eveneens was afgewezen. De staatssecretaris heeft het bezwaar tegen deze afwijzing ongegrond verklaard en het Gerecht in eerste aanleg heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing verworpen.
In hoger beroep betoogt appellant dat de aanvragen voor verblijfsvergunning en tewerkstellingsvergunning los van elkaar beoordeeld moeten worden, maar het Hof oordeelt dat de tewerkstellingsvergunning een noodzakelijke voorwaarde is voor het verkrijgen van de verblijfsvergunning voor arbeid in loondienst. Omdat de tewerkstellingsvergunning terecht is geweigerd, is ook de verblijfsvergunning terecht afgewezen.
Verder wijst het Hof het standpunt van appellant af dat hij op humanitaire gronden aanspraak zou maken op een verblijfsvergunning. Het Hof benadrukt dat indien appellant een verblijfsvergunning met een ander doel wenst, hij een nieuwe aanvraag moet indienen die afzonderlijk wordt beoordeeld.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De staatssecretaris wordt niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning bevestigd vanwege het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning.