ECLI:NL:OGHACMB:2021:274

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 juni 2021
Publicatiedatum
30 augustus 2021
Zaaknummer
SXM2018H00216
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis tot verbetering proceskostenveroordeling in hoger beroep RBCTA tegen echtpaar

In deze zaak tussen de vereniging Rainbow Beach Club Transition Association (RBCTA) en een echtpaar is een herstelvonnis gewezen door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het ging om een kennelijke fout in het dictum van het vonnis van 11 juni 2021 en het herstelvonnis van 18 juni 2021, waarin onterecht de verkeerde partij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Na een verzoek tot verbetering door de gemachtigde van het echtpaar, waarbij de wederpartij geen bezwaar maakte, heeft het Hof geoordeeld dat sprake was van een eenvoudig te herstellen kennelijke fout zoals bedoeld in artikel 66 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De veroordeling tot proceskosten is daarom aangepast van RBCM naar RBCTA.

Het Hof bepaalde dat deze verbetering op de minuten van de eerdere vonnissen wordt vermeld met verwijzing naar het herstelvonnis. Tevens is bepaald dat de griffie afschriften van het gerectificeerde vonnis aan partijen verstrekt en dat partijen de ontvangen vonnissen aan de griffie retourneren indien dit nog niet is gebeurd.

Het vonnis is in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2021 door drie leden van het Hof, waarbij de oudste rechter tekende vanwege afwezigheid van de voorzitter.

Uitkomst: Het Hof heeft de kennelijke fout hersteld en RBCTA veroordeeld tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2e HERSTELVONNIS
in de zaak van:
in de zaak van:
de vereniging
RAINBOW BEACH CLUB TRANSITION ASSOCIATION,
gevestigd in Sint Maarten,
hierna: RBCTA,
in eerste aanleg geopposeerde en eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
thans appellante,
gemachtigde: mr. V.C. Choennie,
tegen
1.
[GEINTIMEERDE 1],
2.
[GEINTIMEERDE 2],
wonende in de Verenigde Staten van Amerika,
hierna: (het echtpaar) [geïntimeerden],
in eerste aanleg opposanten en gedaagden in conventie, eisers in reconventie,
thans geïntimeerden,
gemachtigden: mrs. W.J. Nelissen en C.L. Wasiela.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij e-mail van 14 juni 2021 heeft mr. Kutluer het Hof gewezen op een kennelijk fout in het tussen partijen gewezen vonnis van 11 juni 2021. In het dictum lijkt een fout te zijn geslopen, aangezien er geen bedragen zijn gemeld ten aanzien van de proceskosten, aldus mr. Kutluer.
1.2.
Op maandag 14 juni 2021 heeft het Hof van mr. Choennie, via e-mail, bericht ontvangen dat zij geen bezwaar heeft tegen het herstelverzoek van mr. Kutluer.
1.3.
Op 18 juni 2021 is een herstelvonnis uitgesproken.
1.4.
Per e-mail van 28 juni 2021 heeft mr. Kutluer gemeld dat de gemachtigde van de wederpartij hem erop heeft gewezen dat het herstelvonnis een fout bevat. In het vonnis van 11 juni 2021 en het herstelvonnis van 18 juni 2021 wordt RBCM veroordeeld tot betaling van de proceskosten, terwijl dit RBCTA moet zijn en mr. Kutluer verzoekt het Hof deze fout te verbeteren. De gemachtigde van de wederpartij was volgens mr. Kutluer akkoord en was ook in de e-mail van 28 juni 2021 ingekopieerd. Het Hof heeft geen andersluidend bericht ontvangen van mr. Choennie.
1.5.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De beoordeling

2.1.
Het Hof is van oordeel dat in het dictum van het vonnis van 11 juni 2021 en het herstelvonnis van 18 juni 2021 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent als bedoeld in artikel 66 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzoek tot verbetering van het vonnis is derhalve toewijsbaar en het Hof zal het vonnis verbeteren zoals hieronder in de beslissing is bepaald.

3.De beslissing

Het Hof:
- bepaalt dat in het dictum van het tussen partijen gewezen vonnis van 11 juni 2021 en het herstelvonnis van 18 juni 2021 met bovenvermeld zaaknummer, waar staat “veroordeelt RBCM in de kosten van het principaal hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] gevallen” wordt gewijzigd in
“veroordeelt RBCTA, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] gevallen.
- bepaalt dat deze verbetering op de minuut van het vonnis van 11 juni 2021 en op het herstelvonnis van 18 juni 2021 wordt vermeld, met een verwijzing naar het onderhavige herstelvonnis;
- bepaalt dat de griffie van het Hof een afschrift van het aldus gerectificeerde vonnis zal verstrekken aan partijen;
- gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet al hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 11 juni 2021 en het na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van het Hof te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, M.W. Scholte en F.W.J. Meijer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2021.
In verband met de afwezigheid van de voorzitter tekent de oudste rechter.
mbm