Uitspraak
[APPELLANT sub 1],
[APPELLANT sub 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao het vaderschap vastgesteld van wijlen [naam], geboren in 1941 en overleden in 2015, over geïntimeerde, en tevens bepaald dat geïntimeerde de achternaam [naam] zal dragen.
Appellanten kwamen hiertegen in hoger beroep en verzochten onder meer om DNA-onderzoek. Tijdens de mondelinge behandeling bleek echter dat de vader was gecremeerd en er onvoldoende zekerheid was over de beschikbaarheid van DNA-materiaal, waardoor het verzoek niet voldoende was voorbereid en onderbouwd.
Het Hof oordeelde dat appellanten geen nieuwe feiten of omstandigheden hadden aangevoerd die het reeds ingebrachte bewijs konden betwijfelen. Daarom werd de bestreden beschikking van het Gerecht in eerste aanleg bevestigd.
Een kostenveroordeling werd niet opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 27 juli 2021.
Uitkomst: Het hof bevestigt de beschikking die het vaderschap en de achternaamwijziging vaststelt.