ECLI:NL:OGHACMB:2021:229
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verjaring geldleningsvordering wegens ontbreken tijdige stuiting bevestigd in hoger beroep
In deze zaak vordert PSB Bank de betaling van een restantvordering uit hoofde van een geldleningsovereenkomst van 16 januari 2008, met een hoofdsom van NAf 20.000 en een totaalbedrag van NAf 29.654,50 inclusief rente en kosten. De laatste betaling door de geïntimeerde dateert van 30 september 2012. De bank stelde haar vordering in op 29 augustus 2019.
De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring. In hoger beroep betwist de bank dit oordeel en stelt dat de verjaringstermijn niet is verstreken of tijdig is gestuit. Het hof overweegt dat, zelfs bij aanname dat de verjaringstermijn van vijf jaar pas op 1 maart 2013 is gaan lopen, de vordering op 29 augustus 2019 verjaard is omdat geen relevante stuitingshandelingen tussen 29 augustus 2014 en 1 maart 2018 zijn aangetoond.
De bank kon niet bewijzen dat de verzonden brieven in die periode door de geïntimeerde zijn ontvangen of aangetekend zijn verzonden. Ook het aanbod om getuigen te horen over de verzending werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Verder is het niet aannemelijk dat de geïntimeerde de vordering heeft erkend door betalingsbeloften of uitstelverzoeken. Incassopogingen en kennisname van de vordering zijn onvoldoende om verjaring te stuiten.
Het hof bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering af. De bank wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op NAf 2.249,50.
Uitkomst: De vordering van PSB Bank wegens geldlening is verjaard en wordt afgewezen.