Uitspraak
[Naam 1], geboren in Aruba op [Geboortedatum 1] 2015, en
[Naam 2], geboren in Aruba op [Geboortedatum 2] 2017 (hierna: de minderjarigen).
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak zijn de moeder en vader van twee minderjarige kinderen in geschil over de verhuizing van de kinderen naar Nederland. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een kort geding vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, waarin haar verzoek om vervangende toestemming voor verhuizing werd afgewezen.
De ouders zijn in gemeenschap van goederen gehuwd geweest en inmiddels gescheiden. Zij wonen nog steeds samen in hetzelfde huis met de kinderen. De vader betaalt kinderalimentatie, maar de hoofdverblijfplaats van de kinderen is niet definitief vastgesteld.
De moeder wenst per augustus 2020 met de kinderen naar Nederland te verhuizen, waar zij geboren is en familie woont. Het Hof heeft op 6 juli 2021 een comparitie van partijen gelast om de actuele situatie en woonsituatie te bespreken, waarbij ook aandacht zal zijn voor de onwenselijke woonsituatie. De beslissing wordt aangehouden totdat de comparitie heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: Het Hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan.