ECLI:NL:OGHACMB:2021:189

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
1 juni 2021
Publicatiedatum
11 augustus 2021
Zaaknummer
CUR201601533 - CUR2019H00277
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 lid 2 LtbzArt. 20 lid 6 LtbzArt. 20 lid 7 Ltbz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak voor nabetaling griffierecht in hoger beroep huurvordering

De Stichting Johannes Bosco is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Curaçao inzake een huurvordering over de periode januari 2007 tot en met juni 2019. De Stichting heeft haar eis gewijzigd en vordert betaling van een bedrag van NAf 721.000,00 minus reeds betaalde bedragen.

Bij het indienen van het hoger beroep is een deel van het griffierecht voldaan, maar het volledige bedrag van NAf 14.420,00 is nog niet betaald. Het Hof heeft vastgesteld dat de Stichting nog NAf 13.520,00 moet voldoen.

Het Hof verwijst de zaak naar de rol van 29 juni 2021 voor het nemen van een akte waarin de Stichting de kwitantie van de nabetaling van het griffierecht overlegt. Tot die tijd wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rol voor overlegging kwitantie nabetaling griffierecht en verdere beslissing is aangehouden.

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2021 Vonnis no.:
Registratienummers: CUR201601533 - CUR2019H00277
Uitspraak: 1 juni 2021
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de stichting
STICHTING JOHANNES BOSCO,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
thans appellante,
gemachtigden: mrs. M.F. Murray en S.J.C. Anthonio,
tegen
[GEÏNTIMEERDE],
wonend in Curaçao,
oorspronkelijk eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. S.M. Saleh.
Partijen worden hierna de Stichting en [Geïntimeerde] genoemd.

1.Het verloop van de procedure

1.1
Bij akte van appel van 19 juli 2019 is de Stichting in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht) van 10 juni 2019 en de daaraan voorafgaande tussenvonnissen (van 18 juni 2018 en 8 oktober 2018; verder het eerste en tweede tussenvonnis).
1.2
De Stichting heeft bij memorie van grieven - ingekomen ter griffie van het Hof op 30 augustus 2019 - twee grieven aangevoerd, haar eis gewijzigd en geconcludeerd dat het Hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en opnieuw rechtdoende alsnog de gewijzigde vorderingen van de Stichting zal toewijzen, met veroordeling van [Geïntimeerde] in de kosten van de procedure in eerste aanleg en in hoger beroep.
1.3
Op de rol van 18 februari 2020 hebben beide partijen een pleitnota ingediend.
1.4
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.Griffierecht

2.1
Bij indiening van de memorie van grieven heeft de Stichting NAf 900,00 griffierecht voldaan. Het hoger beroep van de Stichting heeft per saldo een financieel belang van NAf 721.000,00 (de gevorderde huur vanaf 1 januari 2007 tot en met juni 2019, zijnde 150 maanden, uitgaande van het maximum bedrag van NAf 4.875,00 per maand, in totaal NAf 731.250,00, verminderd met de door [Geïntimeerde] betaalde bedragen, te stellen op 12,5 x NAf 820,00 = NAf 10.250,00). Ingevolge artikel 20 lid 2 aanhef Pro en onder f jo. lid 7
Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken(Ltbz) is daarover 2% aan griffiegeld verschuldigd, hetgeen ingevolge artikel 20 lid 6 Ltbz Pro afgerond op het meest nabij gelegen veelvoud van NAf 10,00 neerkomt op een bedrag van NAf 14.420,00. De Stichting dient dus nog NAf (14.420,00 – 900 =) 13.520,00 te voldoen.
2.2
De zaak zal naar de rol worden verwezen voor het nemen een akte overlegging kwitantie nabetaling griffiegeld door de Stichting. In afwachting daarvan wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

3.Beslissing

Het Hof:
verwijst de zaak naar de rol van 29 juni 2021 (P3) voor het nemen van een akte door de Stichting als hiervoor bedoeld;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. F.W.J. Meijer, O. Nijhuis en A.S. Arnold, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 1 juni 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.