Uitspraak
1.[Geïntimeerde 1],
[Geïntimeerde 2],
[Geïntimeerde 3],
[Geïntimeerde 4],
[Geïntimeerde 5],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele procedure tussen [Appellant], voormalig executeur van een nalatenschap, en de erfgenamen [Geïntimeerde c.s.], heeft het Hof het tussenvonnis van 7 september 2020 bevestigd. Uit een overgelegde verklaring van erfrecht blijkt dat [Geïntimeerde c.s.] de enige erfgenamen zijn en de nalatenschap onder het voorrecht van boedelbeschrijving hebben aanvaard.
De bevoegdheid van [Appellant] tot beheer van de nalatenschap is door de erfgenamen beëindigd, hetgeen door hem niet is bestreden. Het Hof draagt hem op om rekening en verantwoording af te leggen over zijn werkzaamheden als executeur, met inachtneming van de bezwaren die de erfgenamen tegen hem hebben ingebracht.
De af te leggen rekening moet onder meer een opgave bevatten van de vermogenstoestand bij aanvang en einde van de verslagperiode, alsmede een overzicht van mutaties in het vermogen met onderliggende stukken vanaf de datum van overlijden van de erflater op 4 juni 2015.
De zaak wordt verwezen naar de rol van 11 juni 2021 voor het indienen van de akte door [Appellant], waarna de erfgenamen daarop kunnen reageren. Het Hof houdt iedere verdere beslissing aan en kondigt aan dat, indien nodig, een mondelinge behandeling kan worden vastgesteld.
Uitkomst: De executeur wordt opgedragen rekening en verantwoording af te leggen, verdere beslissingen worden aangehouden.