Uitspraak
1.[Geïntimeerde 1],
[Geïntimeerde 2],
Geïntimeerde 3],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao over de verdeling van de nalatenschap van een overledene. De erfgenamen zijn de appellant, die de helft van de nalatenschap bezit, en drie geïntimeerden die ieder een zesde deel bezitten. Het geschil draait om de toedeling van het onroerend goed, banktegoeden, inboedel en andere goederen, alsmede de verrekening van over- en onderbedelingen.
Het Gerecht had het huis toegewezen aan één van de erfgenamen tegen een marktwaarde van NAf 375.000, waarbij verrekeningen van overbedelingen en gebruiksvergoedingen werden vastgesteld. De appellant was het hier niet mee eens en stelde tien grieven in hoger beroep, terwijl de geïntimeerden incidenteel appel instelden. Het Hof heeft het dossier, inclusief deskundigenrapporten en producties, bestudeerd en oordeelt dat de waardering van het huis en de toedeling daarvan aan de geïntimeerde correct zijn.
Het Hof benadrukt dat bij verdelingen tussen naaste familieleden billijkheid centraal staat, ook bij ernstige verstoring van de onderlinge verhoudingen. Het Hof sluit zich aan bij de zorgvuldige wijze van verdeling door het Gerecht en bevestigt het vonnis. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de verdeling van de nalatenschap met toedeling van het huis aan één erfgenaam en verrekening van overbedelingen, met compensatie van de proceskosten.