ECLI:NL:OGHACMB:2021:116

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
6 mei 2021
Publicatiedatum
11 juni 2021
Zaaknummer
CUR2021H00062
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:149 BWArt. 1:152 BWArt. 1:163 lid 1 BWArt. 1:99 BWArt. 263a lid 1 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming verleend voor tussentijds hoger beroep tegen echtscheidingsbeschikking

De man verzocht het Hof om toestemming voor tussentijds hoger beroep tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, waarin de echtscheiding was uitgesproken als deeluitspraak. Het verzoekschrift werd tijdig ingediend binnen twee weken na de beschikking van 16 februari 2021.

In de beschikking werd bepaald dat de duur van het huwelijk wordt vastgesteld op het moment van indiening van het verzoekschrift, hetgeen de ontbinding van de huwelijksgemeenschap markeert. Dit oordeel vormde een eindbeslissing waartegen hoger beroep mogelijk is. Het Hof stelde vast dat de man ontvankelijk was in zijn verzoek om tussentijds hoger beroep.

Het Hof oordeelde dat een snelle en doelmatige procesgang vereist dat het afzonderlijk hoger beroep wordt toegestaan. De vrouw werd veroordeeld in de proceskosten van de man, begroot op NAf 1.250,00 aan gemachtigdensalaris. De beschikking werd op 6 mei 2021 uitgesproken door drie leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.

Uitkomst: Het Hof verleent toestemming voor tussentijds hoger beroep en veroordeelt de vrouw in de proceskosten.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
BESCHIKKING
als bedoeld in artikel 263a Rv in de zaak van:
[Verzoeker],
wonend in Curaçao,
verzoeker tot tussentijds appel,
gemachtigde: mr. L.N. Asjes,
tegen
[Verweerster],wonend in Curaçao,
verweerster,
gemachtigde: mr. R. Koert.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als de man en de vrouw.

1.Het verloop van de procedure

1.1
De man heeft bij een op 24 februari 2021 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) ingekomen verzoekschrift met producties, het Hof verzocht hem vergunning te verlenen om tussentijds hoger beroep in te stellen tegen een op 16 februari 2021 door het Gerecht gegeven beschikking (hierna: de beschikking).
1.2
Op de rolzitting van 6 april 2021 hebben beide partijen hun pleitnotities aan het Hof toegezonden, met als kopjes, aan de zijde van de man: toelichting op verzoek tussentijds appel, en aan de zijde van de vrouw: verweer op verzoek tussentijds hoger beroep.
1.3
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De ontvankelijkheid

2.1
Blijkens rechtsoverweging 1.1 is het verzoekschrift tijdig, te weten binnen twee weken na de dag van de uitspraak van de beschikking, ter griffie ingediend. De man kan derhalve in zoverre worden ontvangen in zijn verzoek.
2.2
Bij de beschikking is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken, hetgeen een deeluitspraak vormt, en is iedere verdere beslissing aangehouden.
2.3
Volgens het verzoek kan de man zich niet verenigen met en is hij voornemens hoger beroep in te stellen tegen de beslissing van het Gerecht als opgenomen in r.ov. 4.5 van die beschikking. Die rechtsoverweging luidt als volgt:
“[…] Om de duur van het huwelijk te bepalen zal moeten worden bepaald wanneer het huwelijk is geëindigd. Het huwelijk eindigt op grond van artikel 1:149 BW Pro onder andere door echtscheiding. De echtsscheiding komt op grond van artikel 1:163 lid 1 BW Pro tot stand door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Het gerecht ziet echter aanleiding om voor het bepalen van de duur van het huwelijk in het kader van artikel 1:152 BW Pro aan te sluiten bij het moment van indiening bij het verzoekschrift, zijnde het moment waarop de gemeenschap van rechtswege wordt ontbonden, zoals bepaald in artikel 1:99 BW Pro.[…]”.
2.4
Dit oordeel in r.ov. 4.5 van de beschikking vormt een eindbeslissing. Daarmee vormt de beschikking in zoverre een beschikking ten aanzien waarvan het Hof overeenkomstig het bepaalde in artikel 263a lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vergunning kan verlenen afzonderlijk hoger beroep in te stellen. De man heeft geen hoger beroep ingesteld tegen het eindbeschikkingsdeel. Had hij dat wel gedaan, dan kon hij ook tegen het tussenbeschikkingsdeel rechtstreeks appelleren.
2.5
De man is gezien het bovenstaande ontvankelijk in zijn verzoek.

3.De beoordeling

3.1
Het Hof is van oordeel dat een snelle en doelmatige procesgang vereist dat afzonderlijk hoger beroep tegen de beschikking wordt ingesteld. De verzochte vergunning zal daarom worden verleend.
3.2
De vrouw zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de man gevallen.
BESLISSING
Het Hof:
- verleent de man de verzochte vergunning;
- veroordeelt de vrouw in de aan de zijde van de man gevallen proceskosten, tot op heden begroot op NAf 1.250,00 aan gemachtigdensalaris.
Deze beschikking is gewezen door mrs. M.W. Scholte, O. Nijhuis en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 6 mei 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.