ECLI:NL:OGHACMB:2020:88
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- J.Th. Drop
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschriftencommissie handelde niet in strijd met zorgvuldigheidsbeginsel door niet doorzenden bezwaarschrift
Appellant verzocht om openbaarmaking van correspondentie bij het Ministerie van Algemene Zaken, wat werd afgewezen. Hij diende een bezwaarschrift in bij de bezwaaradviescommissie in plaats van bij het bevoegde bestuursorgaan, het Hoofd Dienst Burgerlijke Stand en Bevolkingsregister (DBSB). Het Gerecht verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift niet tijdig bij het bevoegde orgaan was ingediend.
Appellant stelde dat de bezwaaradviescommissie als bestuursorgaan diende te fungeren en het bezwaarschrift door moest sturen, verwijzend naar het zorgvuldigheidsbeginsel en analoge toepassing van de Awb. Het Hof overwoog echter dat de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) geen doorzendplicht kent en dat de commissie niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel handelde door het bezwaarschrift niet door te sturen.
Het Hof wees erop dat het niet ongebruikelijk is dat bezwaarmakers kopieën van bezwaarschriften naar de commissie sturen, waardoor de commissie kon aannemen dat het bezwaarschrift niet voor haar bestemd was. Het risico van het niet doorzenden lag bij appellant. Het Hof bevestigde daarom de niet-ontvankelijkheid van het beroep en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevatte tevens een uitgebreide toelichting op de toepasselijke artikelen uit de Lar en de Landsverordening openbaarheid van bestuur.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkheid van het beroep bevestigd.