ECLI:NL:OGHACMB:2020:323
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tijdelijk verlof onder elektronisch toezicht wegens onvoldoende strafrestant
Verzoeker, die een gevangenisstraf van drie jaar ondergaat, vroeg om tijdelijk verlof onder de voorwaarde van elektronisch toezicht (ET). De Minister van Justitie wees dit verzoek af. Vervolgens diende verzoeker een verzoekschrift in bij het Hof om het besluit te herzien.
Tijdens de raadkamerbehandeling werden verzoeker, zijn advocaat en de procureur-generaal gehoord. De advocaat voerde aan dat het negatieve besluit onredelijk was en dat er sprake was van schending van zorgvuldigheidsnormen, mede omdat eerder een positief advies was gegeven. De procureur-generaal concludeerde tot afwijzing.
Het Hof oordeelde dat op grond van de geldende regeling het strafrestant bij aanvang van deelname aan het verlofprogramma minimaal één maand moet bedragen. Omdat het strafrestant van verzoeker korter was dan deze termijn, kon hij niet in aanmerking komen voor verlof met ET. Het verzoek werd daarom afgewezen zonder inhoudelijke beoordeling van de overige aangevoerde gronden.
Uitkomst: Het verzoek om tijdelijk verlof onder elektronisch toezicht wordt afgewezen omdat het strafrestant korter is dan de vereiste minimumtermijn van één maand.