ECLI:NL:OGHACMB:2020:288
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader in gezagszaak
In deze zaak is in eerste aanleg de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de vader vastgesteld. De moeder ging in hoger beroep met het verzoek dit te wijzigen naar haar hoofdverblijfplaats, mede vanwege de sterke band met haar dochter en vermeend agressief gedrag van de vader.
Tijdens de zitting in hoger beroep werd het advies van de Voogdijraad besproken, die het verblijf bij de vader adviseerde met omgangsregeling voor de moeder. De moeder stelde een meer gelijke verdeling voor, maar het Hof vond dit voorstel te vergaand gezien de situatie van de minderjarige.
Het Hof oordeelde dat de moeder haar standpunten voldoende heeft kunnen toelichten, maar dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat een wijziging in het belang van het kind is. De hoofdverblijfplaats blijft daarom bij de vader. De partijen worden aangemoedigd samen tot een zorgregeling te komen, eventueel met hulp van de Voogdijraad. Proceskosten worden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige blijft bij de vader; het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.