ECLI:NL:OGHACMB:2020:283
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nihilbeding kinderalimentatie nietig; bevestiging alimentatieovereenkomst en afwijzing wijzigingsverzoeken
In deze zaak stond een hoger beroep centraal tegen een beschikking over kinderalimentatie voor drie kinderen. De man verzocht om verlaging en opheffing van de alimentatie voor twee kinderen en een bijdrage van de vrouw voor het levensonderhoud van het derde kind. De vrouw vorderde een verhoging van de alimentatie.
Het Hof bevestigde de eerdere beschikking waarin de alimentatie voor het derde kind op nihil was gesteld vanwege het feit dat het kind niet meer bij de man woonde. Voor de tweeling werd de alimentatie vastgesteld op US$ 325,- per kind per maand. Het Hof oordeelde dat een nihilbeding ten aanzien van kinderalimentatie nietig is en dat wijziging van de vastgestelde overeenkomst slechts mogelijk is bij wijziging van omstandigheden die aan wettelijke maatstaven voldoen, wat in dit geval niet was aangetoond.
Beide partijen slaagden er niet in voldoende inzicht te geven in hun draagkracht, waardoor het Hof niet kon beoordelen of wijziging gerechtvaardigd was. Tevens werd een vordering van de vrouw tot betaling van achterstallige alimentatie en advocaatkosten afgewezen wegens gebrek aan juridische grondslag en onvoldoende onderbouwing.
Het Hof benadrukte dat het naleven van rechterlijke uitspraken de verantwoordelijkheid van partijen zelf is en dat het Hof daarin geen rol speelt. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de eerdere beschikking en wijst verzoeken tot wijziging of opheffing van de alimentatieovereenkomst af.