Uitspraak
-2272 in het geding tussen onder meer:
Procesverloop
Beslissing
voorzitter
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoeksters, gevestigd in Curaçao, hebben tegen beslissingen van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) bezwaar gemaakt over de vaststelling van een maximum Annual Percentage Rate (APR) van 27% voor consumentenkrediet. Na vernietiging van eerdere beschikkingen door het Gerecht in eerste aanleg, stelde CBCS de bezwaren ongegrond. Verzoeksters vroegen daarop een voorlopige voorziening bij het Gemeenschappelijk Hof.
De voorzitter van het Hof heeft eerder een voorlopige voorziening getroffen die verzoeksters vrijstelde van het maximum APR van 27% bij het verlenen van nieuwe consumentenkredieten. Deze voorziening werd reeds verlengd tot zes weken na 7 oktober 2020. Omdat het Hof niet tijdig uitspraak kan doen, wordt deze voorlopige voorziening opnieuw verlengd zonder termijn.
De voorzitter oordeelt dat de voorlopige voorziening blijft gelden totdat het Hof in het hoger beroep uitspraak doet, conform artikel 91 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in aanwezigheid van griffier C.F. Donner-Haan.
Uitkomst: De voorlopige voorziening die verzoeksters vrijstelt van het maximum APR van 27% wordt verlengd totdat het Hof uitspraak doet.