ECLI:NL:OGHACMB:2020:253

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
12 november 2020
Publicatiedatum
18 november 2020
Zaaknummer
CUR2020H00348
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 91 Landsverordening administratieve rechtspraakArt. 50, zevende lid, Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging voorlopige voorziening inzake maximum rente consumentenkrediet

Verzoeksters, gevestigd in Curaçao, hebben tegen beslissingen van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) bezwaar gemaakt over de vaststelling van een maximum Annual Percentage Rate (APR) van 27% voor consumentenkrediet. Na vernietiging van eerdere beschikkingen door het Gerecht in eerste aanleg, stelde CBCS de bezwaren ongegrond. Verzoeksters vroegen daarop een voorlopige voorziening bij het Gemeenschappelijk Hof.

De voorzitter van het Hof heeft eerder een voorlopige voorziening getroffen die verzoeksters vrijstelde van het maximum APR van 27% bij het verlenen van nieuwe consumentenkredieten. Deze voorziening werd reeds verlengd tot zes weken na 7 oktober 2020. Omdat het Hof niet tijdig uitspraak kan doen, wordt deze voorlopige voorziening opnieuw verlengd zonder termijn.

De voorzitter oordeelt dat de voorlopige voorziening blijft gelden totdat het Hof in het hoger beroep uitspraak doet, conform artikel 91 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in aanwezigheid van griffier C.F. Donner-Haan.

Uitkomst: De voorlopige voorziening die verzoeksters vrijstelt van het maximum APR van 27% wordt verlengd totdat het Hof uitspraak doet.

Uitspraak

CUR2020H00348
Datum uitspraak: 12 november 2020
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening hangende het hoger beroep van:
De besloten vennootschap Joyfields International B.V.,
De naamloze vennootschap RHM Management and Investment Company N.V., en
De besloten vennootschap Continual B.V.,
allen gevestigd in Curaçao,
verzoeksters,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 12 november 2018, in zaak nr. CUR201702232 t/m -2236 en
-2272 in het geding tussen onder meer:
verzoeksters
en
de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (hierna: CBCS).

Procesverloop

Bij onderscheiden beschikkingen van 2 mei 2017 heeft CBCS verzoeksters meegedeeld dat vanaf 5 mei 2017 in de Provisions on the Disclosure of Pricing Information on Consumer Credit (de APR Provisions) voor consumentenkrediet een maximum Annual Percentage Rate (APR) zal worden opgenomen en dat vanaf die datum, met een overgangsperiode van twee maanden, een maximum APR van 27% geldt.
Bij onderscheiden beschikkingen van 28 september 2017 heeft CBCS de daartegen door verzoeksters gemaakte bezwaren kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Bij uitspraak van 12 november 2018 heeft het Gerecht de daartegen door verzoeksters ingestelde beroepen gegrond verklaard, de bestreden beschikkingen vernietigd en bepaald dat CBCS nieuwe inhoudelijke beslissingen op de bezwaarschriften van verzoeksters moet nemen.
Tegen deze uitspraak hebben verzoeksters hoger beroep ingesteld.
Bij onderscheiden beschikkingen van 17 juni 2020 heeft CBCS de door verzoeksters tegen de beschikkingen van 2 mei 2017 ingediende bezwaren ongegrond verklaard.
Verzoeksters hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij uitspraak van 27 juli 2020, zaak nr. CUR2020H00218, heeft de voorzitter bij wijze van voorlopige voorziening bepaald dat de ten aanzien van verzoeksters genomen beschikkingen van 2 mei 2017 en 17 juni 2020 worden geschorst en verzoeksters niet gebonden zijn aan een maximum APR van 27% bij het verlenen van nieuwe consumentenkredieten, tot twee weken na de dag waarop het verzoek om voorlopige voorziening ter zitting wordt behandeld.
Bij uitspraak van 2 september 2020, zaak nr. CUR2020H00266, heeft de voorzitter de getroffen voorlopige voorziening verlengd tot zes weken na 7 oktober 2020.
Overwegingen
De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.
Het Hof heeft het hoger beroep behandeld ter (nadere) zitting van 7 oktober 2020. Inmiddels is gebleken dat het Hof niet op 18 november 2020 (zes weken na 7 oktober 2020) uitspraak zal kunnen doen.
De voorzitter ziet hierin aanleiding de getroffen voorlopige voorziening opnieuw te verlengen. De voorzitter zal aan de verlenging geen termijn verbinden. Gelet op artikel 91 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) betekent dit – behoudens eventuele toepassing door het Hof van artikel 50, zevende lid, van de Lar – dat de voorlopige voorziening vervalt zodra het Hof op het hoger beroep uitspraak heeft gedaan.

Beslissing

De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
verlengtde bij uitspraak van de voorzitter van 27 juni 2020 in zaak nr. CUR2020H00218 getroffen voorlopige voorziening.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Donner-Haan, griffier.
w.g. Van Ettekoven
voorzitter
w.g. Donner-Haan
griffier
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 november 2020