ECLI:NL:OGHACMB:2020:23
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- M.B. van den Enden
- J. de Boer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijslast en betalingsachterstand bij fiduciaire zekerheidsovereenkomst
In deze zaak staat centraal de geldlening van NAf 62.100,- die [geïntimeerde] van FFP heeft ontvangen en de daaropvolgende aflossingen. [Geïntimeerde] betwist de hoogte van de hoofdsom en de gestelde betalingsachterstand. Het Hof stelt vast dat de hoofdsom niet meer ter discussie staat vanwege het jarenlang zonder bezwaar doen van aflossingen.
De bewijslast voor de betalingsachterstand ligt bij [geïntimeerde], die wordt uitgenodigd om met gedocumenteerd bewijs, zoals bankafschriften, haar stellingen te onderbouwen. Het Hof constateert dat volgens de administratie van FFP in meerdere jaren geen of onvoldoende betalingen zijn gedaan, maar erkent dat voor de jaren 2012 en 2013 mogelijk meer is betaald dan geregistreerd.
Verder bespreekt het Hof de situatie waarin het huis was verhuurd terwijl [geïntimeerde] in Nederland verbleef, en benadrukt dat de betalingsplicht bij haar bleef rusten. Het Hof vraagt partijen nadere stukken te overleggen en stelt voor een sociale betalingsregeling te treffen met een executoriale titel als stok achter de deur, waarbij rekening wordt gehouden met de draagkracht van [geïntimeerde]. De zaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting voor nadere akten en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen voor nadere stukken en verdere beslissing wordt aangehouden.