ECLI:NL:OGHACMB:2020:215
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Beschikking
- Th.G. Lautenbach
- E.M. van der Bunt
- M.W. Scholte
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijk onredelijk ontslag van onderdirecteur bij Centrale Bank Curaçao en Sint Maarten
De zaak betreft het hoger beroep van een voormalige onderdirecteur Operationele Zaken bij de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS), die zich verzette tegen haar ontslag wegens vermeende misstanden binnen haar afdeling. Het Gerecht in eerste aanleg had het ontslag als niet kennelijk onredelijk beoordeeld en de vorderingen afgewezen.
De onderdirecteur voerde aan dat zij geen zeggenschap had over het beleid en dat het bestuur sterk gecentraliseerd was, waardoor zij geen invloed had op besluiten die tot het ontslag leidden. Zij stelde dat het ontslag onredelijk was en dat de gevolgen daarvan te zwaar wogen. Tevens verzocht zij incidenteel om inzage in diverse documenten.
Het Hof oordeelde dat zij als onderdirecteur meer verantwoordelijkheid had moeten nemen en zich niet kon verschuilen achter het centralistische bestuur. De onderzoeken van de interne auditdienst en een extern beveiligingsonderzoek toonden tekortkomingen en misstanden aan waarvoor zij mede verantwoordelijk was. Het Hof verwierp het beroep op het gevolgencriterium en wees de vordering tot schadevergoeding af. Ook het verzoek om inzage in documenten werd afgewezen omdat deze het oordeel niet zouden veranderen.
De beschikking van het Gerecht werd bevestigd en de appellant werd veroordeeld in de kosten van de procedure.
Uitkomst: Het ontslag van de onderdirecteur bij CBCS wordt bevestigd als niet kennelijk onredelijk en de vorderingen worden afgewezen.