ECLI:NL:OGHACMB:2020:211
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep kort geding
- E.M. van der Bunt
- F.W.J. Meijer
- Th.G. Lautenbach
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering afgifte camerabeelden bij strafvorderlijke huiszoeking
In deze zaak vordert appellant, die in de Verenigde Staten als verdachte is aangemerkt, in hoger beroep dat ECP wordt bevolen tot afgifte van videobeelden die zijn gemaakt tijdens een strafvorderlijke huiszoeking in het pand van ECP. De huiszoeking vond plaats in het kader van een rechtshulpverzoek van het Amerikaanse ministerie van Justitie en werd geleid door de rechter-commissaris.
Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering af omdat ECP geen contractuele relatie met appellant heeft en geen wettelijke verplichting tot afgifte van de beelden bestaat. Bovendien heeft ECP voldaan aan haar wettelijke verplichtingen door mee te werken aan de huiszoeking. De rechter-commissaris stelde het proces-verbaal op en de officier van justitie beheert de in beslag genomen servers.
Het Hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de vordering niet kan worden gebaseerd op artikel 843a Rv omdat er geen civielrechtelijke rechtsverhouding is en onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat er onrechtmatig is gehandeld. Het belang van appellant om vermoedens te controleren is ontoereikend om ECP als derde te verplichten tot afgifte. Daarnaast voorziet de strafvorderlijke procedure in voldoende waarborgen en mogelijkheden voor appellant om zijn rechten te beschermen. De kosten van het hoger beroep worden aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat ECP niet hoeft mee te werken aan de afgifte van camerabeelden.