ECLI:NL:OGHACMB:2020:186
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in kort geding over omgang en gezag minderjarige na vertrek moeder met kind naar Nederland
In deze zaak gaat het om een hoger beroep in kort geding tussen een moeder en vader over de omgang en het gezag over hun minderjarige kind. De moeder is vertrokken met het kind naar Nederland zonder de vader hiervan op de hoogte te stellen, waarna de vader een kort geding startte om het kind terug te krijgen. Het Gerecht in eerste aanleg heeft de moeder gelast het kind aan de vader af te geven.
De moeder is tegen dit vonnis in hoger beroep gekomen en verzocht om schorsing van de tenuitvoerlegging. De vader betwist het belang van de moeder bij het hoger beroep, omdat het vonnis al is uitgevoerd en het kind inmiddels in Curaçao zou zijn teruggebracht. De moeder heeft in hoger beroep niet gepleit en heeft de stellingen van de vader niet betwist.
Het Hof wijst erop dat het niet reageren op de memorie van antwoord niet automatisch betekent dat de stellingen van de tegenpartij als juist worden aangenomen, maar geeft de moeder wel de gelegenheid om alsnog te reageren. De zaak wordt aangehouden en verwezen naar een rolzitting voor het nemen van een akte. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het Hof houdt de zaak aan en geeft de moeder gelegenheid tot het nemen van een akte ter reactie op de stellingen van de vader.