Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
“Goed voor vijftig duizend gulden”
3.De beoordeling
13 mei 2020 te 10.00 uurvoor rechter-commissaris mr. Th.G. Lautenbach, lid van het Hof aan het Wilhelminaplein 4 in Curaçao;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank dat zijn vordering tot betaling van NAf 50.000 afwees en de conservatoire beslagen ophefte. De vordering was gebaseerd op een schuldbekentenis ondertekend door geïntimeerde en haar overleden echtgenoot.
Het Hof overweegt dat de schuldbekentenis, voorzien van een goedgeschrift, dwingend bewijs oplevert van de schuld, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. Geïntimeerde betwist het bestaan van een geldlening en stelt dat de schuldbekentenis onder dwang en bedreiging tot stand is gekomen. Het Hof oordeelt dat het niet relevant is dat er geen geldlening is, omdat de schuldbekentenis ook betrekking kan hebben op schuldoverneming.
Omdat geïntimeerde voldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld ter onderbouwing van haar beroep op vernietiging van de schuldbekentenis wegens bedreiging, wordt zij toegelaten tot bewijslevering. Het Hof houdt verdere beslissing aan en bepaalt een datum voor bewijsopname door een rechter-commissaris.
Uitkomst: Het Hof laat bewijslevering toe over bedreiging bij schuldbekentenis en houdt verdere beslissing aan.