ECLI:NL:OGHACMB:2020:133

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
19 mei 2020
Publicatiedatum
5 juni 2020
Zaaknummer
CUR2019H00181
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 281b Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping hoger beroep inzake belang bij medewerking Gaming Control Board aan kansspelautomaten

Hotelmaatschappij Otrobanda N.V. (HMO) is in eerste aanleg in kort geding veroordeeld in een geschil met de Stichting Gaming Control Board (GCB) over medewerking aan reparatie en vervanging van kansspelautomaten. HMO is in hoger beroep gekomen tegen dit vonnis en heeft het hof verzocht het vonnis te vernietigen en GCB te veroordelen in de proceskosten.

Het hof overweegt dat HMO geen belang meer heeft bij de gevorderde bevelen, aangezien het casino van HMO op 29 augustus 2019 op een veiling is verkocht. Hierdoor is het geschil feitelijk komen te vervallen. Het hof sluit zich aan bij de overwegingen van het Gerecht in eerste aanleg en oordeelt dat de grieven over schending van het vertrouwensbeginsel, legaliteitsbeginsel en proportionaliteitsbeginsel onvoldoende zijn gemotiveerd.

Het hoger beroep wordt daarom verworpen en HMO wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op NAf 6.000,- aan gemachtigdensalaris en NAf 320,50 aan verschotten. Het vonnis is uitgesproken op 19 mei 2020 te Curaçao door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen wegens gebrek aan belang en HMO wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Vonnis in kort geding in de zaak:
de naamloze vennootschap
HOTELMAATSCHAPPIJ OTROBANDA N.V.,
gevestigd in Curaçao,
hierna te noemen: HMO,
oorspronkelijk eiseres, thans appellante,
thans geen gemachtigde,
tegen
de stichting
DE STICHTING GAMING CONTROL BOARD,gevestigd in Curaçao,
hierna te noemen: GCB,
oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. M.F. Bonapart.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Voor hetgeen in het vonnis in kort geding in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) wordt verwezen naar het tussen partijen in de zaak met nummer CUR201901002 gewezen en op 23 april 2019 uitgesproken kort geding vonnis. De inhoud van dat vonnis geldt als hier ingevoegd.
1.2.
HMO is bij akte van appel op 13 mei 2019 in hoger beroep gekomen van voornoemd vonnis. In een op 3 juni 2019 ingekomen memorie van grieven heeft zij het appelschrift toegelicht. HMO heeft geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en GCB zal veroordelen in de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.
1.3.
GCB heeft op 17 juli 2019 ter griffie, een memorie van antwoord met producties ingediend.
1.4.
GCB heeft per e-mail van 12 november 2019 en ter griffie op 13 november 2019 een schriftelijke pleitnotitie ingediend.
1.5.
Bij desisteer e-mail van 9 oktober 2019 heeft de voormalig gemachtigde van HMO de contactgegevens van HMO doorgegeven aan de griffie. Het Hof heeft diezelfde dag, met gebruikmaking van deze contactgegevens, de datum van 12 november 2019 voor schriftelijk pleidooi P1 aan HMO aangezegd per e-mail. HMO heeft geen pleitnotitie ingediend.
1.6.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.

2.Ontvankelijkheid

2.1.
Het hoger beroep is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat HMO daarin kan worden ontvangen.

3.De beoordeling

3.1.
Het hoger beroep faalt. Hotel Otrobanda met casino is, zo is in de pers breed uitgemeten, op 29 augustus 2019 op de veiling verkocht. Niet valt in te zien welk belang HMO bij de gevorderde bevelen, die - kort gezegd - zien op de medewerking van de GCB aan de reparatie en vervanging van kansspelautomaten, nog heeft. Het Hof bepaalt dat de proceskostenveroordeling in het bestreden vonnis, zonder nadere onderbouwing welke ontbreekt, geen voldoende belang voor het hoger beroep oplevert (artikel 281b Rv).
3.2.
Ten overvloede sluit het Hof, in kort geding voorlopig oordelend, zich aan bij de overwegingen en beslissingen van het Gerecht en maakt het deze tot de zijne. De grieven, inhoudende dat het Gerecht het vertrouwensbeginsel, het legaliteitsbeginsel en het proportionaliteitsbeginsel heeft geschonden, zijn onvoldoende gemotiveerd. Ambtshalve oordelend acht het Hof de genoemde beginselen geenszins door het Gerecht te zijn veronachtzaamd.
3.3.
Het hoger beroep moet daarom worden verworpen. HMO dient de kosten van het hoger beroep te dragen.
Beslissing
Het Hof verwerpt het hoger beroep en veroordeelt HMO in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van GCB gevallen en tot op heden begroot op NAf 6.000,- aan gemachtigdensalaris en NAf 320,50 aan verschotten.
Dit vonnis is gewezen door mrs. M.W. Scholte, S.A. Carmelia en J. de Boer, , leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2020 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.