ECLI:NL:OGHACMB:2019:81
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelating kosteloos procederen in hoger beroep en eerste aanleg bevestigd
In deze zaak is appellant in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao. Appellant had in eerste aanleg geen bewijs van onvermogen kunnen overleggen om kosteloos te procederen, maar het Hof oordeelt dat hij hier niet verantwoordelijk voor is omdat het bewijs pas later werd afgegeven.
Het Hof verleent appellant daarom alsnog toelating om kosteloos te procederen zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. Het vonnis van eerste aanleg wordt bevestigd met dien verstande dat de kosten van het geding in eerste aanleg voor rekening van het Land komen.
Appellant wordt in hoger beroep in de proceskosten veroordeeld omdat hij als overwegend in het ongelijk gestelde partij wordt beschouwd. Deze kosten worden eveneens door het Land gedragen vanwege de toelating tot kosteloos procederen. Het Hof benadrukt dat het uitblijven van het bewijs van onvermogen in eerste aanleg tot de risicosfeer van appellant behoort, niet die van ACU.
Uitkomst: Appellant wordt toegelaten tot kosteloos procederen in eerste aanleg en hoger beroep, het vonnis van eerste aanleg wordt bevestigd en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van hoger beroep.