ECLI:NL:OGHACMB:2019:74
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- F.W.J. Meijer
- J. de Boer
- Rechtspraak.nl
Splitsing huurovereenkomst na gedeeltelijke overdracht en betalingsgeschil tussen verhuurders en huurder
De zaak betreft een geschil over de splitsing van een huurovereenkomst na gedeeltelijke overdracht van een perceel van 792 m2, waarvan 241 m2 aan de geïntimeerde is overgedragen. De oorspronkelijke huurovereenkomst werd gesplitst in twee huurovereenkomsten volgens artikel 7:226 BW Pro-SXM. De huurder, appellanten, betaalde aanvankelijk de volledige huur aan de oorspronkelijke verhuurder, ondanks de overdracht.
De geïntimeerde stelde aanspraak op volledige huurbetaling en beëindigde de huur per 1 september 2009, maar appellanten weigerden te betalen aan geïntimeerde en bleven aan de oorspronkelijke verhuurder betalen. Pas na een tussenvonnis in 2014 werd afgesproken dat de huur op een derdengeldrekening zou worden gestort, maar zonder eensluidende mededeling van verhuurders over de splitsing van de huurprijs.
Het Hof oordeelt dat de huurder gerechtigd is de huurbetaling op te schorten zolang verhuurders niet gezamenlijk of eensluidend de huurprijsverdeling communiceren. Het beroep van geïntimeerde op ontbinding wegens niet-betaling wordt afgewezen. Het Hof draagt geïntimeerde op om in overleg met de andere verhuurders een verdeelsleutel vast te stellen en aan te geven op welke rekening de huur betaald kan worden. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De ontbinding van de huurovereenkomst wegens niet-betaling wordt afgewezen en de zaak wordt aangehouden voor verdere vaststelling van de huurprijsverdeling.