Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
naam 1 appellant sub 1],
[naam 2 appellant sub 2],
[naam 3 appellant sub 3],
Ketan Kaushik Thakrar,
naam 1 appellant sub 90],
[naam 2 appellant sub 91],
naam 1 appellant sub 92],
[naam 3 appellant sub 93],
naam 1 appellant sub 94],
naam 1 appellant sub 95],
[naam 3 appellant sub 96],
[naam 1 appellant],
English Claimants;
Other Settlement Companies.
1. Het verloop van de procedure
Missing Trader Intra Community Fraud”). In dat kader vermoedden de Britse opsporingsautoriteiten dat veel rekeninghouders van FCIB betrokken waren bij deze belastingfraude.
Clients” te kunnen aanmelden voor FCIB niet acceptabel was.
with respect to the subject matter and supersedes any prior […] agreements”;
English Claimantshebben hun liquidators Hunt, [appellant sub 2] en Hunt vorderingen ten belope van in totaal ongeveer GBP 180 miljoen bij TWPS ingediend.
FCIB entities” hebben, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;
English Claimants, alsmede Hunt, [appellant sub 2] en [appellant sub 3], zowel q.q. als in persoon, zal veroordelen tot vrijwaring van FCIB ter zake van de TWPS claim voor enig bedrag dat FCIB aan TWPS verschuldigd mocht blijken;
English Claimants, alsmede Hunt, [appellant sub 2] en [appellant sub 3], zowel q.q. als in persoon, toerekenbaar zijn tekort geschoten in de nakoming van hun verplichtingen jegens FCIB en/of onrechtmatig jegens FCIB hebben gehandeld;
FCIB entities” hebben, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;
FCIB entities” in strijd met het bepaalde in artikel SECOND (1) van die overeenkomsten, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom;
Handlungsort” en/of “
Erfolgsort” van het onrechtmatig handelen kan worden beschouwd.
“Handlungsort”moet worden aangemerkt bevestigend te beantwoorden, ook al is de toelichting op de (feitelijke) grondslag van die vordering vooralsnog summier. FCIB was ten tijde van de haar verweten gedragingen gevestigd in Curaçao en zij had daar ook het centrum van haar bedrijfsvoering. De aan FCIB verweten gedragingen (dan wel het nalaten in te grijpen) hebben in elk geval, naar voldoende aannemelijk is, steeds in Curaçao plaatsgevonden ten aanzien van bij haar in Curaçao aangehouden bankrekeningen. Het “
Handlungsort” is daarmee in Curaçao gelegen en op die grond is de Curaçaose rechter bevoegd om de verklaring voor recht dat FCIB niets aan TWPS is verschuldigd te beoordelen.
to defraud creditors of the company or creditors of any other person or for any fraudulent purpose”, verplicht is om bij te dragen in het faillissementstekort. Die bepaling heeft naar het Engelse recht waaraan zij ontspruit extraterritoriale werking, in die zin dat de verklaring ook tegen in het buitenland gevestigde partijen kan worden uitgesproken (zie: Supreme Court UK 22 april 2015 {2-15} UKSC 23 (Jetivia SA and another
ratione materiaebuiten het bereik van de Brussel I bis -Verordening zou vallen en ten aanzien waarvan dus ook geen beroep kan geworden gedaan op de alternatieve bevoegdheid van artikel 7 lid 2 van Pro de Brussel I bis-Verordening - kan niet worden gekwalificeerd als een vordering uit onrechtmatige daad in de zin van artikel 98 Rv Pro. Ten aanzien van deze vordering kan dan ook geen negatief declaratoir bij de Curaçaose rechter worden gevraagd.
English Claimantsen hun liquidators q.q. toerekenbaar zijn tekortgeschoten.
English Claimantsonvoldoende is gebleken van wilsovereenstemming gericht op het aanvaarden van het forumkeuzebeding.
IP Settlement Agreementszijn de bij de overeenkomst aangesloten partijen, waar het gaat om de door de desbetreffende liquidator vertegenwoordigde vennootschappen, steeds uitdrukkelijk omschreven als de op Exhibit A vermelde
companies. Mede gelet op de aan die overeenkomsten voorafgaande communicatie, zoals die blijkt uit de overgelegde stukken, kan in dit bevoegheidsincident niet worden geconcludeerd dat ook de
English Claimants(via hun liquidator) bij (forumkeuze)overeenkomst de Curaçaose rechter hebben aangewezen voor de kennisneming van uit de
IP Settlement Agreemeentsvoortvloeiende geschillen. Dit geldt reeds wanneer toepassing wordt gegeven aan artikel 103a Rv en al helemaal ingeval (analogisch) zou worden aangesloten bij de strenge (vorm)vereisten die (de rechtspraak op) artikel 25 van Pro de Brussel I bis-Verordening stelt. Omdat FCIB, naar het Hof begrijpt, haar vordering jegens de
English Claimantssteeds heeft willen baseren op schending van de verplichtingen uit de
IP Settlement Agreements, kan de Curaçaose rechter ook geen bevoegdheid ontlenen aan de forumkeuze die FCIB heeft opgenomen in de algemene voorwaarden die zij met al haar rekeninghouders zegt overeen te komen bij aanvang van de bancaire relatie.
English Claimantsen hun liquidators zowel in hoedanigheid als in persoon jegens FCIB onrechtmatig hebben gehandeld. Die onrechtmatige daad bestaat er volgens FCIB in dat de liquidators, in het bijzonder Hunt, volgens een vooropgezet plan (onder meer door het kopen van een waardeloze vordering) TWPS tot leven hebben gewekt met als (beoogd althans voorzienbaar) resultaat dat TWPS, in de persoon van haar liquidator Hunt, een nieuwe vordering bij FCIB heeft ingediend, dit voor hun eigen gewin en met verstoring van de afwikkeling van FCIB tot gevolg.
Handlungsort” van deze onrechtmatige daad moet worden gelokaliseerd in het Verenigd Koninkrijk. Daarover bestaat ook geen discussie. Anders echter dan het Gerecht met FCIB heeft aangenomen, is het Hof van oordeel dat er in deze zaak onvoldoende (bijkomende) gronden zijn om te kunnen spreken van een afzonderlijk, in Curaçao gelegen, “
Erfolgsort” dat alternatieve competentie schept ingevolge artikel 98 Rv Pro, zoals uitgelegd in het licht van (de rechtspraak op) artikel 7 lid 2 van Pro de Brussel I bis-Verordening. Naast de omstandigheid dat (het aankondigen van) het instellen van de vordering (bij de Engelse faillissementsrechter) financiële gevolgen heeft die zich (rechtstreeks) op de bankrekening van FCIB in Curacao zullen doen gevoelen, zeker wanneer de vordering (deels) zou worden toegewezen, is er slechts het gegeven dat met die claim ook de afwikkeling van FCIB wordt verstoord. Die (afgeleide) omstandigheid heeft echter onvoldoende toegevoegde waarde om - gelet op de ratio van deze alternatieve bevoegdheidsgrond - te rechtvaardigen dat de vordering ook in Curaçao kan worden aangebracht en beoordeeld. Dat het geschil verband houdt met een overeenkomst waarbij de aangesloten partijen voor de Curaçaose rechter hebben gekozen, legt in dit verband weinig tot geen gewicht in de schaal, al was het maar omdat de
English Claimantsdie forumkeuze niet hebben aanvaard.
English Claimants, de
Other Settlement Companiesen hun liquidators;
English Claimants, de
Other Settlement Companiesen hun liquidators;