ECLI:NL:OGHACMB:2019:233
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- E.M. van der Bunt
- M.B. van den Enden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing arbeidsovereenkomst tussen therapeute en Hilton Aruba
In deze zaak heeft de appellant, werkzaam als facial therapist bij Hilton Aruba, in hoger beroep aangevochten dat haar arbeidsrelatie met Hilton als een arbeidsovereenkomst moet worden gekwalificeerd. De eerste aanleg had haar verzoeken afgewezen en de proceskosten aan haar opgelegd.
Het Hof bevestigt de feiten die door het Gerecht in eerste aanleg zijn vastgesteld en gaat niet mee in het betoog van appellant dat de uren waarin zij beschikbaar was op het bedrijfsterrein als arbeidstijd moeten worden beschouwd. Uit de overeenkomst en feitelijke gang van zaken blijkt dat zij per behandeling werd opgeroepen en vrij was om te weigeren, wat niet past bij een arbeidsovereenkomst.
Het Hof weegt mee dat betaling via een salarisslip en inschrijving bij de sociale verzekeringsbank niet doorslaggevend zijn voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Ook ontbrak een gezagsverhouding, aangezien appellant geen instructies kreeg over de uitvoering van haar werkzaamheden, behalve het volgen van producttrainingen die door de merkhouder werden geëist.
De bestreden beschikking wordt bevestigd en appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Hof bevestigt dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat en wijst het hoger beroep af.