ECLI:NL:OGHACMB:2019:232
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bepaling van aan hypotheekhouder uit te keren bedrag na executie en rentevergoeding
In deze civiele procedure stond de bepaling van het bedrag dat Fatum General Insurances Aruba N.V. aan appellant, de hypotheekhouder, moest uitkeren centraal. Het geschil betrof de berekening van de vordering na een onderhandse executieverkoop van het onderpand en de toepassing van rentevergoeding.
Het Hof ging uit van de door appellant berekende deelbetalingen en gekapitaliseerde rente, die door Fatum onvoldoende waren bestreden. Na correcties, waaronder de aftrek van een voorschot en het niet in mindering brengen van proceskosten, stelde het Hof het relevante belang per 31 december 2013 vast op US$ 238.596,93.
De zogenaamde "prepayment penalty" werd buiten beschouwing gelaten wegens onduidelijkheid en het ontbreken van een vordering daarop. Het Hof oordeelde dat Fatum wettelijke vertragingsrente verschuldigd was vanaf 31 december 2013 tot volledige betaling, zonder toepassing van hogere contractuele rente.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, eerdere vonnissen vernietigd en Fatum veroordeeld tot betaling van het genoemde bedrag met rente en in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Fatum wordt veroordeeld tot betaling van US$ 238.596,93 met wettelijke rente vanaf 31 december 2013.