Uitspraak
“residential building”(hierna: het gebouw) op de
Beslissing
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante verzocht om een bouwvergunning voor een woning op een heuveltop in Sint Maarten, welke door de minister werd geweigerd wegens strijd met het verkavelingsplan en de Hillside Policy. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het verkavelingsplan niet meer geldig is sinds het vervallen van hoofdstuk XI van de Landsverordening ruimtelijke ontwikkelingsplanning (Lrop).
Het Hof stelde vast dat het verkavelingsplan inderdaad niet meer geldig is en dat het Gerecht ten onrechte dit plan als grondslag voor de weigering heeft gehanteerd. De minister had echter terecht de Hillside Policy toegepast, die bouwen boven de 200 meter hoogtelijn verbiedt om de omgeving te beschermen. Deze beleidslijn is redelijk en sluit aan bij artikel 22, lid 5, van de Bouw- en Woningverordening (BWV).
Appellante kon geen beroep doen op het vertrouwensbeginsel met betrekking tot eerdere toezeggingen over een hogere bouwhoogte, omdat deze niet onvoorwaardelijk waren en het ruimtelijke ordeningsbeleid zich niet bij overeenkomst laat regelen. Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de bouwvergunning, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de bouwvergunning bevestigd.