Uitspraak
Zaaknummer: H - 30/2019
Vonnis
[VERDACHTE],
:
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen poging diefstal van 24 geiten op Bonaire en kreeg een voorwaardelijke geldboete opgelegd. Tegen dit vonnis stelde zij hoger beroep in.
Het Hof onderzocht de tenlastelegging en oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat de verdachte wist dat de geiten toebehoorden aan anderen dan haar medeverdachten, noch dat zij handelde met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De verdachte had geen onderzoeksplicht om na te gaan of de geiten daadwerkelijk van de genoemde personen waren of dat er toestemming was gegeven.
Daarom werd de verdachte vrijgesproken van medeplegen poging diefstal van vee. Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht door het ten laste gelegde niet bewezen te verklaren en de verdachte vrij te spreken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplegen poging diefstal van vee wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk oogmerk.