ECLI:NL:OGHACMB:2019:101
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis afwijzing vorderingen curator en boedelbeschrijving in erfrechtelijke zaak
In deze erfrechtelijke zaak is appellante, een van de erfgenamen, in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba. Zij vorderde onder meer dat de curator, haar broer, een boedelbeschrijving zou indienen, rekening en verantwoording zou afleggen over het bewind over hun moeder, en dat bepaalde rechtshandelingen met betrekking tot de verkoop van onroerend goed nietig verklaard zouden worden.
Het Hof overwoog dat de curator slechts over het gezamenlijke vermogen van de ouders was benoemd en dat de boedelbeschrijving niet noodzakelijk opnieuw hoefde te worden ingediend omdat de rekening en verantwoording het bewind afsluit. De bezwaren van appellante tegen uitgaven werden niet gegrond verklaard, mede omdat de ouders in gemeenschap van goederen waren gehuwd en gezamenlijk een huishouden voerden.
Verder oordeelde het Hof dat de verkoop van het onroerend goed rechtsgeldig was verricht met de vereiste toestemming en dat het belang van de moeder na haar overlijden was komen te vervallen. De vorderingen tot vernietiging van de rechtshandelingen werden afgewezen. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het vonnis van het Gerecht werd bevestigd.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellante af, met veroordeling in de kosten.