ECLI:NL:OGHACMB:2018:97
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk gezag en aanstelling Voogdijraad voor hoofdverblijfplaats kind
In deze zaak gaat het om het gezag en de hoofdverblijfplaats van een kind geboren in Curaçao, waarvan de moeder sinds november 2016 in Nederland woont en de vader in Curaçao verblijft. De vader verzocht in eerste aanleg om eenhoofdig gezag en de hoofdverblijfplaats bij hem, terwijl de moeder hoger beroep instelde tegen de beschikking die alleen de vader het gezag toekende.
Het Hof oordeelt dat het verzoek om eenhoofdig gezag niet in het belang van het kind is en wijst het subsidiaire verzoek van de vader om gezamenlijk gezag toe, omdat dit de betrokkenheid van beide ouders bij belangrijke beslissingen waarborgt en de band met het kind bevordert. De hoofdverblijfplaats kan het Hof op dit moment niet bepalen vanwege onvoldoende informatie.
Daarom wordt de Voogdijraad verzocht een schriftelijk rapport op te stellen over de woon-, gezins- en werksituatie van beide ouders en de verzorging en opvoeding van het kind, inclusief een advies over de omgangsregeling en praktische aspecten zoals het gebruik van Skype en reizen tussen Curaçao en Nederland. De zaak wordt aangehouden tot na ontvangst van dit rapport, met een rolzitting gepland op 24 april 2018.
Uitkomst: Het Hof wijst gezamenlijk gezag toe en verwijst de beslissing over de hoofdverblijfplaats naar een nader rapport van de Voogdijraad.