ECLI:NL:OGHACMB:2018:301
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens ontucht met minderjarige stagiaire
In hoger beroep tegen het vonnis van 8 maart 2018 van het Gerecht in eerste aanleg te Bonaire, werd de verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met een proeftijd van drie jaar en 240 uur onbetaalde werkzaamheden.
De procureur-generaal vorderde een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, en toewijzing van de schadevergoeding aan het slachtoffer. Het Hof heeft het vonnis van het Gerecht bevestigd, met een aanvullende motivering omtrent de strafoplegging.
Het Hof benadrukte de ernst van het feit, het misbruik van positie door de verdachte en de impact op het slachtoffer, een minderjarige stagiaire. Het feit dat de aangifte pas vijf jaar na het misbruik werd gedaan, werd niet als verzachtende omstandigheid gezien.
Desondanks zag het Hof geen aanleiding voor een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, mede gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de impact van het opsporingsonderzoek in de kleine gemeenschap van Bonaire.
Het vonnis werd op 5 juli 2018 uitgesproken door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met bijzondere voorwaarden wegens ontucht met een minderjarige stagiaire.