Uitspraak
1.[APPELLANTE SUB 1],
2.[appellante sub 2],
3.[appellante sub 3],
4.[appellante sub 4]
5.[appellante sub 5],
6.[appellante sub 6],
jan.deboer@caribjustitia.org(bij voorkeur beide wegen);
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele nalatenschapsprocedure zijn zes erfgenamen betrokken, waaronder de weduwe en andere erfgenamen van de overledene. De nalatenschap bestaat uit de helft van de ontbonden huwelijksgemeenschap en andere bezittingen. De erfgenamen verzoeken inzage in een gezamenlijke bankrekening van de overledene en de geïntimeerde, omdat vermoed wordt dat financiële bijdragen aan het huis van de geïntimeerde uit deze rekening zijn gedaan.
De geïntimeerde weigert inzage te geven, waarop een kort geding door een erfgenaam werd aangespannen, maar dit werd afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang. Het Hof overweegt dat de erfgenamen op grond van hun positie recht hebben op inzage en dat het verzoek niet onredelijk is, mede omdat de privacybelangen van de geïntimeerde onvoldoende zwaar wegen.
Het Hof draagt de griffier op om Girobank N.V., als beheerder van de rekening, in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het verzoek. Vervolgens zal het Hof op 30 oktober 2018 uitspraak doen in dit incident. De procedure toont de zorgvuldige afweging tussen het recht op informatie van erfgenamen en de privacy van betrokkenen.
Uitkomst: Het Hof wijst het verzoek van de erfgenamen toe om Girobank N.V. te bevelen inzage te geven in de gezamenlijke bankrekening.