ECLI:NL:OGHACMB:2018:201
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontslag executeur in nalatenschapsprocedure ondanks verstoorde familieverhouding
In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen de weigering om de executeur uit haar functie te ontslaan in een nalatenschapsprocedure. De nalatenschap betreft de vader van de partijen, die op 1 september 2016 is overleden. De executeur is benoemd bij testament van 22 april 2016. De appellant, een van de erfgenamen, verzoekt het ontslag van de executeur vanwege een langdurige slechte verstandhouding.
De rechtbank heeft het verzoek tot ontslag afgewezen omdat er geen gewichtige redenen waren. Het hof sluit zich hierbij aan en overweegt dat hoewel de verstandhouding tussen de erfgenamen slecht is, dit op zichzelf geen voldoende reden vormt voor ontslag. Andere erfgenamen en de bewindvoerder van een mede-erfgenaam hebben geen bezwaar tegen de executeur.
Het hof stelt vast dat de executeur haar taken naar behoren vervult, zoals blijkt uit een verslag van haar werkzaamheden. Ook is een concept-boedelbeschrijving verstrekt, waarmee de afwikkeling van de nalatenschap in een eindfase verkeert. Het hof oordeelt dat het inschakelen van een professionele buitenstaander disproportioneel zou zijn gezien de kosten en de fase van de afhandeling.
De voorwaardelijke eis tot het bevelen van een boedelbeschrijving wordt afgewezen omdat inmiddels een concept-boedelbeschrijving is opgesteld. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De bestreden beschikking wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de weigering tot ontslag van de executeur en wijst het hoger beroep af.