Uitspraak
[APPELLANTE 1],
[APPELLANT 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak staat centraal of de vordering tot betaling van een lening van NAf 16.250, verstrekt in 2005, is verjaard. De lening had een looptijd van 36 maanden en werd verstrekt voor de aankoop van een minibus. Na een verkeersongeluk in 2010 werd de minibus total loss verklaard. De schuldenaar heeft tot augustus 2010 betalingen gedaan, waarna de schuldeiser aanmaningen stuurde in 2015.
De rechtbank in eerste aanleg oordeelde dat de verjaring tijdig was gestuit en kende de vordering toe. In hoger beroep betwisten de schuldenaren dit en voeren zij aan dat de verjaring is voltooid. Het hof stelt dat de betaling in augustus 2010 een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar deed aanbreken, die zou eindigen in augustus 2015.
Het hof wijst erop dat volgens de hoofdregel van bewijslastverdeling de schuldeiser moet bewijzen dat de aanmaningen in maart en juli 2015 de verjaring tijdig hebben gestuit. Omdat dit onvoldoende is aangetoond, kan de stuiting niet zonder meer worden aangenomen. Het hof verleent de schuldeiser de mogelijkheid bewijs te leveren en getuigen te horen, en stelt de zaak aan voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst Korpodeko toe bewijs te leveren van tijdige stuiting van de verjaring en houdt de zaak aan voor verdere behandeling.