Uitspraak
1.[APPELLANTE 1],
[APPELLANTE 2],
1.[GEÏNTIMEERDE 1],
[GEÏNTIMEERDE 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 6 juli 2018 uitspraak gedaan over de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten. Dit vonnis veroordeelde appellanten tot afbraak van een uitbouw aan hun appartement binnen twee maanden, met dwangsommen bij niet-naleving, en was uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Appellanten vorderden schorsing van de tenuitvoerlegging omdat de afbraak ingrijpend, kostbaar en mogelijk onomkeerbaar is, en het gebouw door de constructie kan instorten. Geïntimeerden betwistten dit en stelden dat de uitbouw hinderlijk is en zij belang hebben bij uitvoering van het vonnis.
Het Hof oordeelde dat de belangenafweging in het voordeel van appellanten uitvalt, omdat het voorkomen van een mogelijk onnodige en kostbare afbraak zwaarder weegt dan het belang van geïntimeerden bij onmiddellijke uitvoering. Het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg was uitvoerbaar bij voorraad, maar het Hof vond geen aanleiding om te veronderstellen dat het vonnis op een misslag berust.
Daarom werd de tenuitvoerlegging van het vonnis geschorst voor de duur van de hoger beroepsprocedure. De beslissing over de kosten werd aangehouden tot het eindvonnis in hoger beroep.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot afbraak van de uitbouw wordt geschorst gedurende de hoger beroepsprocedure.