ECLI:NL:OGHACMB:2018:114
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijke ontslagvergoeding statutair bestuurder Axtor N.V.
In deze zaak staat het ontslag van [appellante] als statutair bestuurster van Axtor N.V. centraal. Na haar ontslag in juli 2016 vorderde zij in kort geding onder meer doorbetaling van salaris en een redelijke ontslagvergoeding. Het Gerecht heeft de primaire vorderingen afgewezen en de vordering tot betaling van een voorschot op de ontslagvergoeding niet toegewezen.
De primaire vordering tot nietigverklaring van het aandeelhoudersbesluit tot ontslag werd niet verder bestreden, waardoor het Hof uitgaat van de geldigheid van het ontslag. De subsidiaire vordering tot een redelijke vergoeding is gebaseerd op art. 2:7 BW Pro, waarbij het Hof oordeelt dat de omstandigheden onvoldoende duidelijkheid geven over de werkelijke reden van ontslag en de hoogte van een eventuele vergoeding.
Het Hof overweegt dat nader bewijs nodig zou zijn om de beweerde voorgewende reden voor ontslag vast te stellen, wat in kort geding niet mogelijk is. Gezien de onzekerheid over toewijsbaarheid en hoogte van de vergoeding is geen voorschot gerechtvaardigd. De belangenafweging leidt eveneens tot afwijzing van het voorschot. Het Hof bevestigt het vonnis van het Gerecht en veroordeelt [appellante] in de kosten van het principaal appel.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis van het GEA en wijst het verzoek om een voorschot op een ontslagvergoeding af.