ECLI:NL:OGHACMB:2018:110
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en waardering onroerende zaken na echtscheiding
Partijen zijn in 2000 in algehele gemeenschap van goederen getrouwd en in 2009 gescheiden. Het geschil betreft de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, waarbij het Gerecht in eerste aanleg (GEA) de onroerende zaken, auto's, schulden en andere activa heeft verdeeld.
De man en vrouw zijn in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van het GEA. De man betwist onder meer de waardering van de woning en de verdeling van hypotheeklasten, terwijl de vrouw bezwaar maakt tegen de waardering van de onroerende zaken en de gehanteerde hypotheekschuld. Diverse taxatierapporten met uiteenlopende waarderingen zijn overgelegd, waardoor het Hof de waardering niet verantwoord acht.
Het Hof wijst erop dat eerdere taxateurs niet geschikt zijn voor een nieuwe benoeming en beveelt een onafhankelijke taxatie aan. Ook houdt het Hof zich terug met oordelen over de waardedaling door onderhoud en de exacte hypotheekschuld, en wijst op de noodzaak van een correcte pensioenberekening. De zaak wordt verwezen voor gelijktijdige akten en verdere behandeling.
De beslissing is dat het Hof de zaak verwijst voor een onafhankelijke taxatie en verdere procedure, waarbij het voorlopig geen verdere beslissingen neemt.
Uitkomst: De zaak wordt verwezen voor een onafhankelijke taxatie en verdere behandeling, waarbij het Hof verdere beslissingen aanhoudt.