ECLI:NL:OGHACMB:2017:70
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- T.A.M. Tijhuis
- S.A. Carmelia
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over achterstellingsovereenkomst en bewijswaardering tussen appellant en Aruba Bank
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of betalingen die AFT aan appellant had gedaan, in strijd waren met een achterstellingsovereenkomst en of deze betalingen in mindering waren gebracht op een lening van JPM aan AFT. Het Hof verwees naar eerdere beslissingen en stelde dat het enkele feit van betalingen niet automatisch wijst op schending van de achterstellingsovereenkomst.
Diverse getuigen, waaronder voormalige medewerkers van Aruba Bank en een aandeelhouder van AFT, verklaarden over de aard van de betalingen en de relatie tot de lening. De verklaringen van Aruba Bank-medewerkers werden met terughoudendheid beoordeeld vanwege hun dienstverband en het ontbreken van directe getuigenverklaringen van de directeur van AFT.
Het Hof concludeerde dat Aruba Bank onvoldoende bewijs had geleverd dat de betalingen in wezen aflossingen op de lening waren. Ook het argument dat betalingen volgens het terugbetalingsschema waren gedaan, werd niet bevestigd door de feitelijke betalingsgegevens.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van Aruba Bank afgewezen. Aruba Bank werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het vonnis en wijst de vordering van Aruba Bank af wegens onvoldoende bewijs van schending achterstellingsovereenkomst.