Uitspraak
1.[APPELLANT 1],
[APPELLANTE 2],
1.[GEÏNTIMEERDE 1],
[GEÏNTIMEERDE 1],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, waarin zij werden veroordeeld tot ontruiming van een woning aan een adres in Sint Maarten. Zij verzochten het Gemeenschappelijk Hof om de tenuitvoerlegging van dit vonnis te schorsen. Het Hof heeft bij mondelinge behandeling de belangen van partijen afgewogen aan de hand van artikel 272 Rv Pro.
Het Hof overwoog dat het Gerecht in eerste aanleg de vordering toewijsbaar heeft geoordeeld en uitvoerbaar bij voorraad heeft verklaard, met een gemotiveerde belangenafweging. Appellanten moesten daarom nieuwe feiten of omstandigheden aanvoeren die na het vonnis zijn ontstaan en die een afwijking van de eerdere beslissing rechtvaardigen. Aangezien appellanten dit niet hebben gedaan, kon het verzoek niet worden toegewezen.
Verder concludeerde het Hof dat het Gerecht in eerste aanleg terecht heeft geoordeeld dat geïntimeerden een redelijk belang hebben bij onmiddellijke tenuitvoerlegging en dat er geen noodsituatie aan de zijde van appellanten bestaat. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd op 9 juni 2017 mondeling uitgesproken en op 19 juni 2017 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt afgewezen.