ECLI:NL:OGHACMB:2017:137
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- H.J. Fehmers
- F.V.L.M. Wannyn
- Rechtspraak.nl
Geschil over uitleg aannemingsovereenkomst en vaste prijs versus eenheidsprijzen
In deze zaak tussen Mirten General Construction Company B.V. en ABJL & Partners Taxatie- en Architectenbureau N.V. staat de uitleg van een aannemingsovereenkomst centraal. Mirten voerde werkzaamheden uit voor de aanleg van een toegangsweg naar een windmolenpark op Curaçao. De kern van het geschil betreft de vraag of de overeengekomen prijs een vaste aanneemsom was of dat de betaling gebaseerd moest zijn op vaste eenheidsprijzen per volume afgegraven klip en geleverde kalksteen.
ABJL stelde dat zij vaste eenheidsprijzen had afgesproken, waardoor de totale vergoeding afhankelijk was van de daadwerkelijk uitgevoerde hoeveelheden. Mirten stelde daarentegen dat sprake was van een vaste aanneemsom, ongeacht de hoeveelheden. Het Gerecht in eerste aanleg had de overeenkomst uitgelegd in lijn met ABJL, maar Mirten ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
Het Hof oordeelde dat ABJL de bewijslast draagt om aan te tonen dat vaste eenheidsprijzen zijn overeengekomen. Het Hof staat toe dat ABJL getuigen oproept om dit te bewijzen en houdt zich verder terug met een definitief oordeel over de grieven van Mirten. De procedure wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en beoordeling.
Uitkomst: Het Hof draagt ABJL op te bewijzen dat vaste eenheidsprijzen zijn overeengekomen en houdt verdere beslissing aan.