ECLI:NL:OGHACMB:2017:128

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
6 november 2017
Publicatiedatum
13 november 2017
Zaaknummer
2017/39
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 119 SvArt. 150 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging voortduren beslag op telefoon van niet-verdachte tot getuigenverhoor

In deze zaak is een klaagschrift ingediend tegen de inbeslagname van een mobiele telefoon van een niet-verdachte, mevrouw A. Haar raadsvrouw stelde dat de telefoon teruggegeven moest worden omdat betrokkene in haar bewegingsvrijheid werd beperkt en haar privégegevens onrechtmatig werden prijsgegeven. De officier van justitie verzette zich gemotiveerd tegen teruggave, stellende dat de telefoon relevante informatie bevat in een onderzoek naar een dubbele liquidatie.

De rechter-commissaris oordeelde dat het beslag op grond van artikel 119 Wetboek Pro van Strafvordering gerechtvaardigd is, ook bij niet-verdachten, omdat de telefoon kan dienen om de waarheid aan het licht te brengen. Het voortduren van het beslag is gerechtvaardigd totdat betrokkene als getuige is gehoord, zodat zij de informatie op de telefoon niet vooraf kan inzien.

De rechter-commissaris verwierp het betoog dat het beslag een vorm van chantage zou zijn en concludeerde dat de officier van justitie zijn bevoegdheid niet misbruikt. Het beslag is terecht gelegd en kan worden gehandhaafd. Het klaagschrift werd ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beslag op de telefoon van de niet-verdachte wordt gehandhaafd totdat zij als getuige is gehoord.

Uitspraak

Onderzoek P/ registratienummer 2017/39
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
RAADKAMER

BESCHIKKING OP KLAAGSCHRIFT EX ARTIKEL 150 WETBOEK Pro VAN STRAFRECHT

Op 31 augustus 2017 heeft mr Roseburg, raadsvrouw van de hieronder genoemde betrokkene, bij het Gerecht een klaagschrift ingediend, gericht tegen de inbeslagname onder betrokkene van een mobiele telefoon (een goudkleurige Samsung J7). De raadsvrouw en de officier van justitie zijn op 6 november 2017 gehoord in raadkamer. Het klaagschrift is ingediend namens
Naam: A
Voornamen: B
De raadsvrouw heeft betoogd dat de mobiele telefoon aan betrokkene moet worden terug gegeven. Zij stelt daartoe dat haar cliënte in haar bewegingsvrijheid wordt beperkt nu zij geen mobiele telefoon heeft. Betrokkene is geen verdachte, door de in beslagname worden haar privégegevens aan de buitenwereld prijs gegeven.
De Officier van Justitie heeft zich gemotiveerd verzet tegen de teruggave van het in beslag genomen geld, stellende dat het belang van de waarheidsvinding vooralsnog aan teruggave in de weg staat. De Officier heeft dat als volgt toegelicht.
Het is juist dat de telefoon onder mevrouw A in beslag is genomen en dat zij geen verdachte is in het onderzoek P. Haar vriend - de heer C– is dat wel. Het onderzoek P ziet op een dubbele liquidatie en de smartphone van de vriendin van een verdachte kan in een dergelijk onderzoek (veel) relevante informatie bevatten, zodat het beslag niet alleen gelegd maar ook - vanwege het onderzoeksbelang - gecontinueerd moet worden.
De smartphone van mevrouw A bevat zeer veel informatie. Het kost derhalve meer dan gemiddeld tijd om de gegevens op de smartphone te kopiëren, te analyseren en om de in het onderzoek betrokken personen - zowel verdachte(n) als getuige(n) - mee te kunnen confronteren. Het onderzoeksbelang vergt dat verdachte(n) en/of getuige(n) moeten kunnen worden gehoord zonder dat zij kennis hebben kunnen nemen van de informatie uit de bedoelde smartphone. De gegevensdrager is weliswaar steeds in het bezit van mevrouw A geweest, maar zal niet tot in detail kennis dragen van alle informatie welke - al dan niet verborgen - op de smartphone beschikbaar is.
Indien de informatie op de smartphone is gekopieerd en geanalyseerd en de verdachte(n) en de getuige(n) ermee zijn geconfronteerd dan kan het beslag naar het oordeel van de Officier van Justitie worden opgeheven.
Beoordeling
Op grond van artikel 119 van Pro het Wetboek van Strafvordering zijn voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen voor inbeslagneming vatbaar. De Officier van Justitie heeft afdoende toegelicht waarom de telefoon van betrokkene voor de waarheidsvinding nodig is. Betrokkene heeft dat niet weersproken. Betrokkene heeft benadrukt dat zij geen verdachte is, maar daarmee miskent zij dat in beslagneming ook mogelijk is onder niet-verdachten. Zonder toelichting, zie ontbreekt, is niet begrijpelijk waarom betrokkene in haar bewegingsvrijheid zou zijn beperkt door het niet hebben van een telefoon. Dat de privégegevens van betrokkene aan de buitenwereld zouden worden prijs gegeven, miskent dat de resultaten van het onderzoek zijn bedoeld voor het strafdossier in het onderzoek P en dat dat dossier niet aan de buitenwereld wordt prijs gegeven.
Het voortduren van het beslag tot op het moment dat betrokkene als getuige zal zijn gehoord, is naar het oordeel van de rechter-commissaris ook gerechtvaardigd. Het mag in het belang van de waarheidsvinding worden geacht dat betrokkene als getuige zal worden gehoord voordat dat zij de informatie op haar telefoon heeft kunnen nalezen. Nu de informatie op de telefoon en de telefoon zelf (het toestel) onlosmakelijk met elkaar verbonden, staat dat dus aan teruggave van het telefoontoestel in de weg. Van belang is daarbij nog dat niet is gebleken dat de Officier van Justitie onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Zoals de Officier van Justitie onweersproken heeft gesteld, is al getracht om betrokkene als getuige te horen, maar is het nog niet tot een afspraak daartoe gekomen. De Officier van Justitie heeft naar voren gebracht dat een verhoor van de getuige nog deze week zou kunnen plaatsvinden.
De raadsvrouw van betrokkene heeft nog betoogd dat de weigering van de Officier van Justitie om de telefoon terug te geven totdat de getuige zal zijn gehoord, chantage oplevert. Dit betoog slaagt niet. Hoewel begrijpelijk is dat de getuige de stellingname van de Officier van Justitie als een drukmiddel beschouwt, kan niet worden gezegd dat de Officier van Justitie zijn bevoegdheid het beslag te laten voortduren gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze bevoegdheid is gegeven. Zoals hierboven al is overwogen, is het in het belang van de waarheidsvinding dat de getuige wordt gehoord alvorens de telefoon aan haar wordt geretourneerd. Daarom kan niet worden gezegd dat de Officier van Justitie zijn bevoegdheid misbruikt.
De conclusie is dat het beslag terecht is gelegd en kan worden gehandhaafd.

B E S L I S S I N G :

De rechter-commissaris:
Verklaart het beklag ongegrond.
Aldus gegeven op Sint Maarten op 6 november 2017 door
mr. C.W.M. Giesen, rechter-commissaris in strafzaken in het Gerecht in Eerste Aanleg, in tegenwoordigheid van
J.A. Danielals griffier.
w.g. J.A. Daniel w.g. C.W.M. Giesen
Voor Eensluidend Afschrift;
De Griffier,