Uitspraak
[verweerder 1],
[verweerster 2],
[verweerster 3],
[verweerster 4],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak heeft appellant, een huurder die voertuigen repareert en autowrakken stalt op een perceel, hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg dat hem verplichtte tot ontruiming van het gehuurde. Hij verzocht tevens om schorsing van de tenuitvoerlegging van dat vonnis.
Het Hof overwoog dat bij de beoordeling van een schorsingsverzoek op grond van artikel 272 Rv Pro een belangenafweging moet plaatsvinden tussen de partijen. Daarbij is van belang dat het Gerecht in eerste aanleg de vordering toewijsbaar heeft geoordeeld en dat het gebruik van rechtsmiddelen niet mag worden misbruikt om executie uit te stellen.
Het Hof stelde vast dat de huurovereenkomsten met de huurders (verweerders) zijn gebaseerd op ministeriële beschikkingen die hen verplichten het gehuurde binnen zes maanden te omheinen en te gebruiken voor landbouw. Het belang van deze huurders om hun huurrechten te behouden, weegt zwaarder dan het belang van appellant bij voortzetting van zijn activiteiten. Appellant bracht geen nieuwe feiten aan die schorsing rechtvaardigen. Daarom wees het Hof het verzoek tot schorsing af en hield de beslissing over proceskosten aan tot het eindvonnis in hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis wordt afgewezen.