ECLI:NL:OGHACMB:2017:100
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot herziening griffierecht na geschil over appartementsverdeling
In deze civiele zaak staat de verdeling van een appartement centraal, waarvan beide partijen elk de helft in eigendom hebben. Het Gerecht in eerste aanleg had het appartement toegewezen aan de geïntimeerde, onder de verplichting dat zij de helft van de waarde betaalt, vastgesteld op een bedrag van US$ 240.000, verminderd met een bedrag van US$ 27.598,12. De appellant betwist deze waardering en stelt dat het appartement US$ 335.000 waard is.
Daarnaast is er een geschil over de hoogte van het griffierecht in hoger beroep. De griffier stelt dat het griffierecht moet worden nageheven omdat het volgens hem te laag is vastgesteld, gebaseerd op het verschil in waardering van het appartement. Het hof bepaalt dat het griffierecht nageheven zal worden en stelt een termijn voor betaling vast.
Het hof verwijst de zaak naar een volgende rolzitting voor een akte van uitlating over het griffierecht aan de zijde van appellant en houdt verdere beslissing aan. Er wordt geen gelegenheid gegeven aan geïntimeerde om een antwoordakte in te dienen, omdat de griffierechtelijke kwestie geen betrekking heeft op haar rechten of belangen.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere uitlating over de naheffing van griffierecht en betaling daarvan.