Uitspraak
[appellant 1],
[appellant 2],
[appellant 3],
[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao inzake de verdeling van de nalatenschap van de erflater, die in 1986 een verklaring van erfrecht heeft laten opstellen. De appellanten, kinderen van de erflater, vorderen onder meer de verdeling van de nalatenschap, benoeming van een vereffenaar en betaling van bedragen door geïntimeerden.
Het Hof oordeelt dat het vonnis moet worden vernietigd voor zover daarin een vereffenaar is benoemd, omdat appellanten in hoger beroep geen verzoek tot benoeming van een vereffenaar meer hebben ingediend en het Hof slechts op verzoek tot een dergelijke benoeming kan overgaan. Verder stelt het Hof vast dat twee van de zeven kinderen van de erflater zijn overleden, waardoor hun erfgenamen mede-recht hebben op de nalatenschap, wat betekent dat de verdeling niet kan worden vastgesteld zonder een recente verklaring van erfrecht.
Het Hof geeft appellanten de gelegenheid om een recente verklaring van erfrecht te overleggen, zodat kan worden vastgesteld wie de erfgenamen zijn en welk aandeel zij hebben. Zonder deze verklaring kan het Hof geen definitieve verdeling vaststellen. Ook wijst het Hof op het belang van rechtsbijstand en de mogelijke rol van een notaris of vereffenaar om de langlopende procedure te bespoedigen.
De zaak wordt verwezen naar de rol voor het overleggen van de verklaring van erfrecht en verdere beslissing wordt aangehouden. Het vonnis is gewezen door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 16 augustus 2016.
Uitkomst: Het Hof vernietigt het vonnis voor zover een vereffenaar is benoemd en verwijst de zaak terug voor het overleggen van een recente verklaring van erfrecht.