Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
MANAGING DIRECTORS:
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak draait het om de vraag wie gerechtigd is tot het aandeelhouderschap van Nizaam Investment N.V., een naamloze vennootschap met als belangrijkste vermogensbestanddelen appartementsrechten te Aruba.
De partijen, neef en nicht, maken beiden aanspraak op de aandelen. Het Hof stelt vast dat geïntimeerde in de periode 1993-1998 als rechthebbende op de aandelen kan worden beschouwd, mede op basis van diverse documenten en gedragingen, waaronder het aandeelbewijs, volmachten en verklaringen.
Appellant heeft zich vanaf 1999 als aandeelhouder gedragen, maar het Hof oordeelt dat dit niet voldoende is om haar als rechthebbende aan te merken, mede door tegenstrijdigheden in haar stellingen en het ontbreken van bewijs dat zij te goeder trouw was.
Het Hof laat appellant toe tot tegenbewijs en bepaalt een datum voor het horen van getuigen. Verdere beslissingen worden aangehouden, waarbij het Hof ook de vordering tot het doen van rekening en verantwoording voorlopig niet beoordeelt.
Uitkomst: Het Hof stelt voorshands vast dat geïntimeerde rechthebbende is op de aandelen en laat appellant toe tot tegenbewijs, met aanhouding van verdere beslissingen.