Uitspraak
[appellant],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze civiele zaak stond de bewijswaardering van drie facturen centraal, waarvan werd betwist of de werkzaamheden daadwerkelijk waren uitgevoerd. Het Hof had in een eerder vonnis de werkzaamheden voorshands bewezen geacht en appellanten opgedragen tegenbewijs te leveren. Na uitgebreid getuigenverhoor acht het Hof het bewijs ontzenuwd dat meer werkzaamheden zijn verricht dan waarvoor is betaald.
Diverse getuigenverklaringen werden gewogen, waaronder die van een belastingdienstmedewerkster die een kritisch rapport had opgesteld over de facturen en het ontbreken van specificaties. Ook werd vastgesteld dat relevante onderliggende stukken niet beschikbaar waren, waardoor de facturen niet met voldoende zekerheid konden worden bevestigd.
Gevolg hiervan is dat de vorderingen tegen Skyward en appellant worden afgewezen, omdat niet is vastgesteld dat geïntimeerde schade heeft geleden door onbetaalde facturen. De reconventionele vordering tot opheffing van beslagen wordt afgewezen wegens eerdere opheffing bij kortgeding. Wel wordt geïntimeerde veroordeeld tot vergoeding van de schade veroorzaakt door de beslaglegging, aangezien deze onrechtmatig was.
Het Hof vernietigt het vonnis waarvan beroep, wijst de vorderingen van geïntimeerde af, veroordeelt hem tot schadevergoeding voor de beslaglegging en veroordeelt hem in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen van geïntimeerde worden afgewezen en hij wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging.