Uitspraak
SFT BANK N.V.,
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak stond een executiegeschil centraal over de vraag of dwangsommen waren verbeurd nadat SFT Bank niet drie cheques van AAS verzilverde. Het GEA had eerder geoordeeld dat SFT de bancaire relatie met Schob moest voortzetten onder dreiging van dwangsommen.
Het Hof benadrukte dat de executierechter de oorspronkelijke veroordeling niet zelfstandig mag herzien, maar moet toetsen of het beoogde doel van de veroordeling is bereikt. Hierbij kunnen redelijkheid en billijkheid worden toegepast om te beoordelen of een verzuim ernstig genoeg is voor verbeuring.
Het Hof volgde het oordeel van het GEA dat geen dwangsommen zijn verbeurd, omdat SFT de bancaire relatie voortzette en eventuele fouten onbedoeld waren, mede gezien de voorgeschiedenis van fraude door een medewerkster van AAS.
De uitspraak bevestigt het bestreden vonnis en veroordeelt AAS tot betaling van de kosten van het hoger beroep aan de zijde van SFT.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat geen dwangsommen zijn verbeurd en veroordeelt AAS in de kosten van het hoger beroep.